Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar strekking en inhoud, dan dat zü voor eenige amendeering, welke ook, vatbaar zou zün.*)

Wat hier bü Troelstra tot uiting komt, is m.i. het Fichteaansche verband tusschen persoonlykheid en wüsbegeerte, de relatie tusschen iemands karakter en den aard züner philosophie: ook de wüsbegeerte van den voorman der Nederlandsche S.D.A.P. is niet in alle opzichten intuïtief, bij is niet geheel en al man van de daad, al heeft deze voor hem een sterke bekoring, maar tevens, — het blijkt uit zy'n streven den religieuzen aanleg der menschen te bevredigen, in verband waarmee hy zoekt naar aanvulling van het historisch-materialisme — is hy kritisch idealistisch aangelegd en als zoodanig man der beschouwing. Het treft dan ook, dat hy eenerzyds voor de wüsgeerige fundeering van zün denkbeelden steun zoekt bü Nieuw-Kantianen en Christen-socialisten, maar tevens, en dit is het tweeslachtige van zy'n houding, van den kant van Dietzgen's philosophie versterking van zy'n levensleer verwacht: hij tracht te vereenigen, wat voor vereeniging volstrekt onvatbaar is.2)

In de geschiedenis van het economisch-wijsgeerig denken heeft „Het Kapitaal" als „verstoffelykte", als „gestolde" verabsoluteering der natuurwetenschap, tot wereldbeschouwing, in Hegeliaan-

') Men zie van Blom in De(n) Gids van 1922, Socialistische crisis.

Allerminst echter ben ik met hem van oordeel, dat „de tijd nu voorbij is voor debatten over de richtigheid of de halve juistheid of de geheele onjuistheid van de leer van den klassenstrijd met haar arbeidswaardeleer en haar economische geschiedbeschouwing" (blz. 130): ik geloof dat, als men het vraagstuk m.i. juist stelt en in de arbeidswaardeleer de gestolde Marxistische levensbeschouwing ziet, de tijd voor die debatten juist aangebroken is. Men heeft dan echter niet, met van Blom, als centraal punt van het Marxisme te noemen de theorie van den klassenstrijd, maar de theorie van het arbeidswaardeprincipe, d.i. de geconsolideerde materialistische levensleer van Marx, in Hegeliaanschen zin doordacht.

Men vergelijke hierbij noot 2 op blz. 30.

2) Zie Plechanow, Die Grundprobleme des Marxismus:

„Der Kantianismus ist keine Philosophie des Kampfes, keine Philosophie der Tatmenschen. Er ist die Philosophie der Naturen, die nichts Halbes und nichts Ganzes sind, eine Philosophie des Kompromisses." (blz. 94).

Op blz. 92 schrijft Plechanow dan ook typeerend:

„Hier tritt der den Herren Kantianern eigentümliche Dualismus auffallend hervor: das Denken ist bei ihnen immer vom Sein getrennt."

323

Sluiten