Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste instantie". 166. — Ideëele factoren kunnen zonder rest tot economische verhoudingen en toestanden teruggebracht worden. 168. — Bernstein, Troelstra en Mevr. Roland Holst hebben een andere opvatting van de beteekenis der ideëele factoren dan Marx en Engels. ♦170.— De menschen zijn zichzelven onbewust van de beteekenis hunner ideologieën. 173. — Te goeder trouw hechten zij daaraan beteekenis en waarde: standpunt van Vaihinger. 174. — De „wederkeerige werking" dus toch herleid op de werking der materie. 177. — Ook in het staatsrecht doet deze leer zich gelden: Duguit breekt met de staatsidee.. 179.

Eenige algemeene gevolgtrekkingen: het Marxisme de meest volstrekte werkelijkheid.

Marx' arbeid is de in Hegeliaanschen zin doordachte verabsoluteering der natuurwetenschap tot levensleer. 180. — Het materieele proces valt samen met het wereldproces. 181. — „Die Bewegung der Ideen" moet bezien worden van uit het standpunt van „die Bewegung der Dinge". 182. — Opvatting van von Böhm-Bawerk. 183. — Het geestelijk element wordt „wegverklaard", «weggeredeneerd". 185. — Door het erkennen van waarden breekt men met het verklarend karakter van Marx' absolute philosophie. 187. — Mevr. Roland Holst gevoelt in zich een ander beginsel dan het materieele. 189. — Troelstra verlangt van het historisch materialisme een bevrediging van den religieuzen aanleg der menschen. 191. — Bij hem openbaart zich een stijgende behoefte aan een persoonlijk leven. 192. — Voor Dietzgen is het wereldraadsel een „bewuszte, planmaszige Organisation der sozialen Arbeit". 194. — Het beroep van Troelstra op de wijsbegeerte van Dietzgen tot aanvulling van het historisch materialisme in religieuzen zin is onverklaarbaar. 195.

Sluiten