Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de warenidee in een hoogere orde. 271. ■— Algemeene equivalentvorm wordt de geldvorm. 272. — Het goud, als geld, wordt de stof, waarin de waardehoeveelheden van de waren worden uitgedrukt. 273 — De prijs is de geldnaam van den in de waar belichaamden arbeid. 274. — Kritiek op de waardeleer treft dus tevens de geldleer, die een verdere ontwikkeling is van den waardevorm. 275. — Kuyper verwerpt de Marxistische voorstelling, dat „die Arbeitszeit wird als wahre Maszeinheit des Geldes behauptet". 276. — Ook het geld de openbaring van een productieverhouding. 277.

Het Kapitaal.

Marx' methode van redeneeren en constructie zijner begrippen analoog aan die van Hegel. 278. — De eenvoudige warenvorm de kiem van den geldvorm, het geld op zijn beurt de eerste bestaansvorm van het kapitaal. 279. — Kapitaal is voortdurend zich vermenigvuldigende waarde. 280. — Ook het kapitaal is een door middel van een goed verstoffelijkte verhouding tusschen personen. 281. — Kritiek van Marx op Smith. 282. — Smith heeft het kapitaalbegrip opgevat als een den voorwerpen, den goederen als zoodanig toekomende eigenschap. 283. — Kuyper en de kapitaaltheorie van Marx. 284. — Kuyper begrijpt als algemeen kapitaalbegrip dat der moderne burgerlijke economie. 285. — Vooral uit Kautsky's omschrijving blijkt de onjuistheid van de kritiek van Kuyper. 286. — Kuyper's standpunt een misvatting van het inzicht in Marx' leer als een wijsgeerig systeem: een methodisch wijsgeerige constructiefout 'verwart hij met een verstandelijke denkfout. 287. — Zijn fout ligt dan ook primair daar, waar hij de waarde der zeldzaamheidsgoederen of natuur gaven toetst aan Marx' leer van het arbeidswaardeprincipe. 288. — De waarde-idee verklaart alle maatschappelijke verhoudingen. 289.

Sluiten