Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VUFDE HOOFDSTUK,

De leer van Marx en het tegenwoordige socialisme.

Geen overeenstemming onder de socialisten omtrent het fundament van hun leer. 290. — Wijsgeerige toetsing van Het Kapitaal: deze blijve algemeen, maar late zich niet in met methode en doel der andere wetenschappen, hoewel

zij deze toch op haar eigenlijke beteekenis hebbe te waardeeren. 291. Marx

laat zich niet in met de Entauszerung van zijn leer in een practische socialistische maatschappij-organisatie. 292. — Dit standpunt een gevolg van het nauwe verband met de wijsbegeerte van Hegel. 293. — De Marxistische doordenking der sociale realiteit. 294. — Gelijk- en gelijkwaardigheid van de wijsbegeerte van Hegel en Marx. 295. — Doorgronding van de maatschappelijke werkelijkheid. 296. — Kuyper ziet niet in dat het woord waarde Marx' gestolde levensleer is. 297. — De Marxistische waarde-, geld- en kapitaaltheorie volkomen juist, maar binnen het kader van het Marxistische materialisme. 298. — Individueel tegenover sociaal materialisme. 299. — Marx laat zich niet uit over de wijze, waarop hij tot zijn allesbeheerschend uitgangspunt gekomen is: hij constateert. 300. — De eigenaardige methode, waarop het Hegelianisme in de behoefte aan ontwijfelbaar zekere kennis van het absolute zoekt te voorzien, ook wezenskenmerk van het Marxisme, en oorzaak van zijn bekoring tevens. 301." — De kapitalistische maatschappij in haar wezen opslurping van meerarbeid. 302. — Onvolkomenheden en onbegrijpelijkheden, van het Marxisme. 303. — Het geheele maatschappelijk productieproces een reusachtig stofwisselingsproces. 304. — De bijzondere verrichting van een gebruiksartikel in het arbeidsproces bepaalt zijn beteekenis. 305. — Achter de gangbare voorstelling van het dagelijksch leven zoeke men den verborgen inhoud, nl. het materieele. 306. — De realiteit in het psychologische materialisme is atoom en atoombeweging, de realiteit in het sociaal-materialisme. is het geheel der productie- en ruilverhoudingen. 308. — Inconsequentie van het materialisme : het wil zich fundamenteel laten gelden op een norm van waardeering, maar ontkent dit waardeeringselement in zijn verdere uiteenzetting •en ontwikkeling consequent. 309. — Het ziet zich van meet af gesteld voor het kernprobleem van Kant's wijsbegeerte. 310. —Onderlinge verhouding tusschen het materialisme als levensleer, d. i. de natuurwetenschap in hare verabsoluteering -tot wereldbeschouwing, en de natuurwetenschap zelve. 311. — De materialistische levensleer, wie het te doen is om waardeering der verschijnselen, gaat aan innerlijke tegenstrijdigheid te niet. 312. — Met de krisis der verabsoluteering der natuurwetenschap tot wereldbeschouwing gaat gepaard die van het socialisme, hetwelk alles terugbrengt op quantitatief meetbare sociale grootheden. 313. — Kuyper's

Sluiten