Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pogingen aan deze consequentie te ontkomen. 314. — Hij meent, dat Marx ons te veel van het goede der dialectiek geeft, en ziet aldus over het hoofd, dat Marx slechts argumenteert in Hegeliaanschen stijl. 315. — Het geestelijk leven zou vatbaar zijn voor de bewerking door een psychologische mechanica. 316. — Het beroep van Pannekoek op de ervaring der werkelijkheid ter rechtvaardiging van zijn systeem. 317.—Mevrouw Roland Holst met haar opvatting van de oneindige waarde der pensoonlijkheid kan zich niet thuis voelen in de leer van het Marxistische socialisme. 318. — Marx en Hegel stellen zich tevreden met „waarheden" en de menschheid is voor hen een denkproces, ideëel dan wel materieel opgevat. 319. — De leer van den klassenstrijd slechts een ruimere en meer omvattende constructie van de waarde-idee. 320. — Innerlijke tegenstrijdigheid van Troelstra's opvatting, waar hij verwerpt Marx' waardeen kapitaaltheorie, maar wil behouden de leer van den klassenstrijd. 321. — Troelstra maakt zich schuldig aan dezelfde fout als Bernstein. 322. — Het Fichteaansche verband tusschen persoonlijkheid en wijsbegeerte, zich bij Troelstra openbarende in de relatie tusschen zijn karakter en den aard zijner philosophie.' 323. — Ook binnen Marx' gedachtenleer, in zijn bijzonderen openbaringsvorm, nl. de in Hegeliaanschen zin doordachte dialectische methode, komt men niet uit het spel der begrippen, binnen wier theoretisch verband het om „waarheden" te doen is, in het werkelijk^ leven der „feiten". 324. — Vernieuwde belangstelling in „waarden", wier object een wezenlijk, eigen bestaan voert. 325. — De ontkenning van de ontkenning, incidenteele toepassing van Hegel's volstrekte negativiteit, die alles doet wankelen en omslaan, is bezig zich te voltrekken aan het Marxisme. 326. —

Sluiten