Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de bereidwilligheid van de bezitters van Indische beeldhouwkunst hier te lande en in de Koloniën, zoomede van eenige buitenlandsche verzamelaars, is het ons mogelijk geworden deze tentoonstelling te organiseeren.

Bijzonderen dank zijn wij verschuldigd, zoowel aan Dr. H. H. Juynboll, Directeur van 's Rijks Ethnographisch Museum te Leiden, als aan de Directie van het Indian Museum te Calcutta, voor de uiterst welwillende wijze waarop ons een aantal kunstwerken uit genoemde musea in bruikleen werd afgestaan.

Niet minder gevoelen wij ons verplicht aan den Heer en Mevrouw Th. G. J. Resink te Djocja, aan den heer Percy Brown te Calcutta, en aan den Heer A. Stoclet te Brussel, die, ondanks transportmoeilijkheden, niet hebben geaarzeld de tentoonstelling met eene inzending uit hunne belangrijke collecties te verrijken.

Zeer bevorderlijk voor het tot stand komen onzer tentoonstelling was de voorkomendheid, waarmede ons door het Dagelijksch Bestuur der Gemeente 's-Gravenhage, in de, voor ons doel bij uitstek geschikte, lokaliteiten van het Gemeente-Museum in de Zeestraat, gastvrijheid werd verleend.

De hulpvaardige wijze, waarop Dr. H. E. van Gelder, Directeur van den Dienst van Kunsten en Wetenschappen der Gemeente 's-Gravenhage, ons ter zijde heeft gestaan, hebben wij ten zeerste op prijs gesteld.

Dat de Hindoe-Javaansche sculptuur, voor zoover het werken ba steen betreft, niet zóó vertegenwoordigd kon worden, als men van eene tentoonstelling van

13

Sluiten