Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE BEELDHOUWKUNST.

ALGEMEENE INLEIDING.

JPür Europa ist unzweifelhaft der Augenblick gekommen, wo sich die Sinne für das Wesen fernöstlicher Kultur zn öffnen beginnen, ja wo viele nicht ohne Berechtigung von den tief sten Gedanken, die der ferne Osten bervorbrachte, Hilfe aus innerer Not erhoffen."

(William Cohn. „Indische Plastik".)

Wanneer -vrij in Indië het gebied der beeldende kunsten overzien, dan is het duidelijk, dat de beeldhouwkunst daar op het allereerste plan staat. Zij treedt niet op als vrije, op zichzelf staande kunst, en mag zelfs de devote dienaresse heeten van de gewijde architectuur. Toch is de zin voor plastiek den Indiër zóó ingeboren, dat zelfs de bouwkunst een sterk sprekend plastisch karakter vertoont. Het duidelijkst treedt dit aan het licht bij de bouwwerken, die zulk een voorname rol spelen in de Indische architectuur, n.1. de rotstempels. Deze in de natuurlijke steenmassa's gehouwen heiligdommen zijn waarlijk gemonumentaliseerde plastiek, zijn zuivere voortbrengselen van plastisch denken en kunnen.

Daar de geheele levenssfeer in Indië van religie doordrongen was, bleef de plastiek bij uitstek religieus. De beeldhouwer nam den beitel ter hand, wanneer Mj vervuld was van de Godheid. Het beitelen in steen, het gieten in brons was een geloofsdaad, was een wit religieuzen drang voortkomende openbaring. De per-

ir

Sluiten