Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soonlijkheid van den kunstenaar trad daarbij op den achtergrond. Volgens Indische opvatting schiep de Godheid en was de beeldhouwer slechts de begenadigde bemiddelaar.

Evenals in de bloeiperiode der Gothiek waren de Indische kunstenaars anonieme dienaren der kerk. Hunne namen zijn dan ook nimmer bewaard gebleven.

Het wezen der Indische plastiek wordt het zuiverst weerspiegeld in het Godenbeeld. Hierin treft ons dadelijk de groote tegenstelling tusschen Westersche en Indische opvatting. De Griek ging voor het Godsbeeld uit van de geïdealiseerde gestalte van den jongen athleet of van de struische vrouw; de Indiër trachtte het zijne te verheffen boven de aardsche sfeer met haar reëele natuurvormen. Wanneer, om een voorbeeld te noemen, Ciwa wordt uitgebeeld in één zijner vele verschijningen, hetzij als Oppergod of Goddelijke Leeraar, dan wel als Strijder of levensblijde Danser, dan gaat het niet om de naturalistische weergave van den Godmensen, doch om de belichaming van de in den kosmos werkzame krachten.

In dit licht hebben wij ook de voorstellingen te zien met de veelvuldige hoofden en ledematen.

De afkeer van realistische uitbeelding brengt mede, dat anatomische details worden voorbijgezien. Deze ontkenning van verstandelijke analytische waarden gaat gepaard met een fijn gevoel voor synthese, rythme en symbolische uitdrukking, voor expressie, houding en gebaar.

In de relief-plastiek zien wij een streven naar decoratieve indeeling en vulling der vlakken. Ook hier negatie van reëele verhoudingen en perspectief. Deze passen niet ba het kader der visionnaire Indische kunst. Dit alles houdt verband met het bekende Indi18

Sluiten