Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ganges-gebied en omvatte overigens de Noordelijke en Noord-Westelijke grensprovincies; de hoofdstad was Purushapüra, het tegenwoordige Peshawar.

Het doorgangskarakter van dit grensland, waar voortdurend vermenging plaats had van volken en culturen nit het Westen en Noorden, met die van het Indische vasteland, weerspiegelt zich in zyne kunst. Deze mist de eenheid, het ras-echte van de nationaal Indische. De architectuur bleef er overwegend Indisch, doch de versieringskunst onderging sterken invloed van de Vóór-Aziatische-Hellenistische kunst. In het bijzonder is dit het geval met de z.g. GanoTtdra-kunst, die ach localiseerde ba het Noord-Westelijke grensland om Purushapüra.

Het is verklaarbaar dat deze Oostelijke uitlooper van de Helleensche kunst door de in de antieke cultuur opgegroeide Westerlingen werd gewaardeerd, doch het is tevens duidelijk dat hare waarde werd overschat. Haar invloed op de kunst van andere centra is intusschen merkbaar, zoo o.a. op jiie van Mathura, welke tot uiting kwam in het dal van de Jamuna en van daaruit zich verspreidde over de Gangesvlakte, en op de Zuid-Indische kunst van Amarawati (± 170 n. C.), die in het stroomgebied van de Kishtna eene afzonderlijke school vormde. De inwerking van Gandhara op deze nationaal-Indische scholen bleef echter oppervlakkig en was niet van blijvenden aard.

In deze periode maakten de Buddha-symbolen plaats voor de beeltenis van den Heiland. Het leven van den Verlosser wordt volledig geïllustreerd.

De plastiek van Mathura verraadt eenige zinnelijkheid. Het hoog reliëf vervangt de oudere, vlak gehouden beeldhouwkunst. De Amarawati-beeldhouwers 22

Sluiten