Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de belangrijkste uitingen hooren de strenge beeldhouwwerken van de geheel uit den levenden steen gehouwen monolieth-tempels van Mamallapuram (7" eeuw) en de nabij gelegen monumentale rotssculptuur (8* eeuw), waarin de nederdaling op aarde is uitgebeeld van den heiligen Ganges-stroom, eene geweldige en fantastische illustratie in steen eener épisode uit een der nationaal-Indische epen.1)

In de latere kunst van Tanjore (11* eeuw) zijn de nagenoeg in vrijstaand reliëf gehouwen figuren nog eenigermate gebonden met het tempellichaam. Tijdens den nabloei (16" en 17* eeuw) te Madura wordt het een barok spel van dicht opeengedrongen sculptuur, die zich geheel losmaakt van het bouwwerk. Te midden van deze orgie van beeldhouwwerk, die denken doet aan den woeker van tropische vegetatie, zoekt het verbijsterde oog te vergeefs naar een rustpunt.

DB PLASTIEK DER INDISCHE NEVENGEBIEDEN.

De Indische geest heeft in meerdere of mindere mate haar stempel gedrukt op de plastiek van een aantal nevengebieden. De voornaamste hiervan zijn: Nepal, Tibet, Ceylon, Burma, Cambodja, Siam en Java.

De Nepaleesche sculptuur is tanfrisch getint. Zij staat op Indische basis, doch het emotioneele element in vormgeving en versiering is wellicht meer OostAziatisch dan Indisch. Bij de figuurbronzen heeft de bezetting met edelgesteente vaak geleid tot een treffend harmonisch resultaat.

*) Belangstellenden worden verwezen naar de voortreffelijke detail-afbeeldingen in Ars Asiatica, III, 1921. 26

Sluiten