Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men een rijkdom aan reliëf-sculptuur, .die slechts tegenhangers vindt in den Borobudur-stüpa (8* eeuw) op Java en het Halebid-heiiigdom (12* eeuw) in Mysore. Bij alle waardeering voor de grootheid dezer bouwkundige concepties — een grondplan als van den Bayon-tempel blijft door alle eeuwen heen een geniale schepping — dient opgemerkt te worden, dat de beeldhouwers vaak te kort schoten. Zij misten het fijne gevoel voor nobele, harmonische ornamentatie; de eischen van het materiaal werden niet immer geëerbiedigd. De reliëf-plastiek is barok en vertoont hier en daar realistische tendenzen. De gevoeligheid en het religieuse sentiment der kunst uit de bloeiperioden van het vaste land zoekt men hierin tevergeefs.

Opmerkelijk is het evenwel, dat laatstgenoemde kwaliteiten wel aanwezig zijn in de Khmer-sculptuur, voor zoover die bewaard is gebleven in de klein-kunst. Te oordeelen naar enkele ter tentoonstelling aanwezige stukken, hebben wij hier te doen met een voorname uiting van Cambodjasche plastiek.

Van de oudere Siameesche beeldhouwkunst is weinig bekend. Sukhodaya was van de 10*—14* eeuw het centrum. Omstreeks 1850 breidde het Siameesche rijk zich zuidwaarts uit. De Cambodj a-hoofdstad Dwarawati werd toen herdoopt in Ayudhia. De uit dit milieu bewaard gebleven kleinkunst is ter tentoonstelling vertegenwoordigd in eenige gevoelige bronzen. Voor zoover de beschikbare gegevens ons toestaan ter zake een oordeel te vellen, behoort de sculptuur uit deze Ayudhia-periode (± 1350—1750) tot het fraaiste, dat de Siameesche plastiek heeft voortgebracht.

28

Sluiten