Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Midden-Javaansche kunst is vaak nobeler van allure dan die van het Indische vasteland, doordat de Hindu-Javaansche kunstenaars beter de harmonie wisten te vinden tusschen architectuur en decor. De eerste blijft er steeds haar elementaire waarde behouden; haar schoonheid wordt nimmer aangetast door overdaad van versiering. Deze beeldhouw-tucht spreekt het sterkst in de vroegste heiligdommen, met name in de Ciwaïtische tempels van het Diëng-plateau.

In de beeldplastiek wordt zelden de gevoeligheid bereikt van een Buddha van Sarnath. Toch mogen de Buddha-kolos met de beide Bodhisattwa's van den Mendut-tempel, de Ciwaïtische beelden van het LoroDjonggrang-complex en vele andere vrijstaande sculpturen uit de Prambanan-vlakte, gerangschikt worden onder de voortreffelijke kunstuitingen.

De reliëf-plastiek moge nimmer de grandeur hebben van een Ciwa-buste van Elefanta, toch handhaaft zij zich op een peil, hetwelk gemiddeld hooger is dan dat van het stamland. De beeldhouwers van den Borobudur hadden een fijn gevoel voor compositie en kenden de waarde van den rustigen, onversierden achtergrond.

Doch de superioriteit der Midden-Javaansche kunst openbaart zich vooral in de ornamentiek. Hierin wordt een zuiverheid en zwier bereikt, die men in de moederlandsche plastiek slechts zelden aantreft. Wij vulden dit bewaarheid in het de sierkunst beheerscheride Kala-Makara-ornament. Dit oud-Indische motief, welks elementen een eerbiedwaardige geschiedenis achter zich hadden van tien eeuwen, begon bij zijn intrede op Java, een nieuw opgewekt leven en spreidde in zijn eindelooze variaties een in het stamland ongekenden glans ten toon. Dit rijk gevoel voor Ornament 30

Sluiten