Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gupta-periode (319—=fc 600).

7. Ciwa en Parwatf.

Gele steen. Sporen van polychromie. Architectuurfragment. Hoog 33 cM.

8. Ciwaïtische figuur.

Gele steen. Fragment. Hoog 14 cM.

Pala-periode (± 800—1050).

9. Vierarmige godheid.

Zwarte steen. Fragment. Hoog 36 cM.

10. Buddha, gezeten in Diamanten houding op een lotus-kussen. Op de handen draagt hij de schotel met palmwijn, die hem te Waicalt door een aap was aangeboden. Deze laatste is als adorant aan de voeten van den Meester gezeten. Het lotus-kussen is geplaatst op een door leeuwen geschraagden troon.

De Gandhara-plooienval van het gewaad is hier

gestyleerd en beheerscht toegepast.

Zwarte steen. Maghada (Ndlanda). Hoog 38 c.M.

11. „Votief"-stüpa. Dergelijke kleine stópa's werden als ex-voto nabij de heiligdommen geplaatst. Het vervaardigen en het schenken ervan gold als een verdienstel^ke geloofsdaad. Volgens Buddhistische opvatting was de stüpa het symbool van de Verlossende Leer, en ging er van eiken stüpa een stralende, lichtende werking uit, tot heü van de wereld.

Het basement is op de vier zijden versierd met Dhyani-Buddha's, in Diamanten houding zetelend in verdiepte nissen, die omlijst rijn met een door pilasters gedragen bekroning. De mudra's der Dhyani-Buddha's zijn respect.: Dhyana; Dhar-

40

Sluiten