Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechterhand de Akshamala, in de linkerhand de Kundi. Tegen de achterplaat, aan zijn rechterhand, de Tricüla. Grijze steen. Hoog 107 c.M.

37. Tara, gezeten op een lotuskussen tegen een achterplaat. Achter het hoofd een glorie, daarmede door bladachtig ornament verbonden. In de beide achterste handen houdt zij rechts een lotusknop en links een Camara. De beide voorste handen zijn hl Dhyana-mudra op elkander gelegd.

Grijze steen. Hoog 57 c.M.

38. Godin, gezeten in Snbactieve houding op lotuskussen. De rechterhand in Warada-mudra. Boven den linkerschouder een lotus. Op het voorhoofd de Ürna, en in het diadeem een stüpa.

Zwart brons. Linkerarm ontbreekt. Hoog 13,5 c.M. Zie afb. III.

39. Dewi Cri, in groot ornaat, in de linkerhand een rystaar, de rechterhand in Warada-mudra naar voren gestrekt. Achter het hoofd een vlammende glorie en daarboven een zonnescherm. Zij is in Snbactieve houdmg op een lotus-kussen gezeten. Brons. Hoog 21 c.M.

40. Prajnaparamita, gezeten in Diamanten-houding op een rond lotus-kussen voor een achterplaat, van boven aan weerszijden versierd met Makara's. Achter het hoofd een glorie met vlam menrand. De handen in Dharmacakra-mudra. Op het voorhoofd de Ürna. Op het hoofd een rijkversierde kroon. Verder draagt zij een versierde halsketting, dubbele bovenarmbanden, polsringen en over de voeten een afhangende, versierde sarong. Om den linkerarm slingert een lotusstengel omhoog, waarop de Prajnaparamita-sutra gelegen is.

m

Sluiten