Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE HOOFDSTUK.

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

Algemeene opmerkingen over de klassieke quantiteüen-theorie.

Alvorens aan de beschouwing der Nederlandsche „voortzetters" te beginnen, moeten wij ons in het kort rekenschap geven van de beteekenis der quantiteitenleer.

De kern der als klassieke metriek bekende theorie is de stelling, dat het vers zou zijn opgebouwd uit lettergrepen, waarvan sommige (lange) den dubbelen duur hebben van andere (korte). Wij zijn in onze Westeuropeesche wereld aan deze onderscheiding lang en kort zóó gewoon, dat het ons, zelfs als wij haar ontoereikendheid inzien, moeilijk valt haar geheel te verzaken. Zoolangmen toch aan een verdeeling der lettergrepen in twee hoofdgroepen vasthoudt, hetzij men daarvoor tevens de oude benamingen blijft bezigen of nieuwe Mest in overeenstemming met eenige andere als maatstaf gebruikte eigenschap, zoolang blijft men in den ban der klassieke leer. Men schijnt dan te onderstellen dat alle talen werkelijk uit zich zelf steeds moeten bestaan uit als-het-ware twee geslachten van lettergrepen, wier meer bijzondere eigenschappen slechts een voorwerp van nader wetenschappelijk onderzoek kunnen vormen, zonder dat aan de principieele vraag van dat geslachtelijk onderscheid kan worden geraakt. Is deze onderstelling juist, deze vergelijking met de sexen geoorloofd? Het verschil tusschen mannen en vrouwen moge in de praktijk van het dagelijksch leven steeds gewijzigd of zelfs uitgewischt, en de aandacht der wetenschap op telkens andere punten van geestelijke overeenkomst of onderscheidenheid gericht worden, het physieke verschil tusschen de sexen is er en blijft boven en buiten alle bespiegeling bestaan. Bestaat er nu evenzoo in de taal een physiek verschil tusschen „lange" en „korte" lettergrepen, dat zonder verder bewijs

Sluiten