Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

15

vlgg.), die in zijn merkwaardige inleiding blijk geeft van kritiek en eigen oordeel, wiens persoonlijke doelbewustheid bovendien juist blijkt in den vorm der getelde 8-lettergreeps-verzen die hij toepaste, zegt daarover zelf niets. Men moet aannemen dat de eensgezinde toepassing, de vaste gewoonte der praktijk, tot geen behoefte aan theoretische beschouwing aanleiding gaf. Er was geen geschil, dus geen reden tot polemiek en evenmin nog een philologische neiging tot beschouwing der eigen kunstvormen. Verzen waren een rythrnisch vloeiende rede met enkele lichter of zwaarder keerpunten, die zich ongezocht gewoonlijk tot reeksen van vier samenschaarden en wier phraseering door rijm of klinkerrijm werd aangewezen. Hoe korter de verzen over deze steunpunten gespannen waren, des te duidelijker trad het rythme naar voren; hoe praatzieker zij zich uitbreidden des te meer maakte de scherpte der maatverdeeling plaats voor vrije spreekrythmen. In gezongen strophen moest een groot verschil in het aantal lettergrepen het meest treffen, daar hier ook het rythme der melodie iedere uitbreiding moest volgen; en ook bij de epische en didactische voordrachten van sprekers en zeggers zal het meer of minder stelselmatige van een instrumentale begeleiding zich hebben kunnen afspiegelen in het versgebruik. Helaas ontbreken voor een nadere beschouwing van dit laatste bijkans alle gegevens. In het algemeen kan men echter een verschil zien tusschen de uitersten van zuiver vertellend leerdicht en van lyrische spanning. In het eerste vinden schijnbaar zonder bezwaar uitgebreide, als het ware maatlooze inschuif seis toegang, de tweede eischt verzorgde voordracht, kortheid, kracht of vloeiendheid. Zonder met dien maatstaf alleen de dichters in goede en slechte te verdeelen, kan men hen wel degelijk naar de grooter of geringer rythmische verzorgdheid hun-, ner verzen onderscheiden; de strophen van Maerlant, Hadewijch en de meest lyrische gedeelten der „abele" spelen komen dan zeker bovenaan. Een geheel op zich zelf staand verschijnsel blijven in dit tij dvak de werkelijk getelde verzen van Willem van Afflighem in zijn Leven van St. Lutgart en van den 'reeds genoemden dichter van Ons Heren Passie; zij moeten berusten op een persoonlijke navolging der Romaansche verzen, al heeft het aan de vier zwaartepunten gewende Germaansche gehoor hiermee reeds onwillekeurig een meer gelijkmatige rythmiek verbonden, dan het voorbeeld zelf bezat.

Sluiten