Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER. 17

bij ook dacht aan het verschil in rythmische gebondenheid, dat tusschen de verspraktijk der beide talen bestond.

In dezen stand van zaken moeten wij ons verplaatsen, als wij de eerste Nederlandsche versleer, Matthijs de Casteleyn's Const van Rhetorijcke (Gent, 1555, geschreven ± 1548) nader willen bezien.

Matthijs de Casteleyn. Hoewel zelf tegenstander van den „Waalschen" eisch van het vaste aantal lettergrepen en overtuigd verdediger van de inheemsche vrijheid op dit punt, gebruikt De Casteleyn toch geen anderen maatstaf bij zijn beschouwing der versvormen dan juist het aantal der syllaben. Daarnaar deelt hij de verzen van verschillende lengte in, daarover geeft hij zijn leerlingen raad: „Angaende van langhden, end der mêtren verstand, ... Néghene en twaleue useerd men hier ind land, Niet min,' elcke camere heeft haer verband" (Const 102) ... „Steld van' uwen sylleben tot vijfthienen" (C. 104). Gelijk aantal lettergrepen is alleen aan te bevelen in regels met hetzelfde rijm, of wanneer een of andere chaerte het uitdrukkeHjk voor alle verzen eischt: „Als inde charte staet tot sPrincen bate: Haudt reghels mate. Weerckt met iolite, Volght ghetal der syllaben vrough en late" (C 86) *).

De invloed der Fransche „arts de rhétorique" en hunner Latijnsche voorgangers heeft dus het uitgangspunt der Nederlandsche theorie reeds hier bepaald, hoezeer de praktijk van den tijd dezen invloed ook bevorderde; de lettergreep is maatstaf; niet haar metrische kwaliteit echter, maar alleen het quantitatieve van haar optreden trok de aandacht.

Alleen voor verzen met hetzelfde rijm noemt De Casteleyn den eisch van gelijke lengte 2), al is dit blijkbaar iets dat pas tijdens zijn dichterlijke werkzaamheid meer algemeen regel is geworden; hij zelf heeft zich daaraan niet gehouden en schijnt er in zijn hart ook niet veel aan te hechten: „Alle dichten ... Die op een termineeren ... Meughdy van eender langden accorderen: Als en

') Afgezien natuurlijk van de„ liedekins", waarin „musike en woerden" moeten accorderen" (Const 174). "

») Te weten gelijk getal lettergrepen ; dit is niet te verwarren met de gelijkheid van het aantal heffmgen, die Van Heiten reeds in het strikt middelned. tijdperk als regel voor rijmende regels meende te.kunnen stellen (Over Middelned. versbouw, 1884 DlZ. O j 1, A). '

2

Sluiten