Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

schoolboekje uit en wel in de Fransche maat1). Geheel nieuw was dit zeker niet; in 1565 was reeds Den Hof en Boomgaerd der Poësien van Lucas de Heere verschenen, waarin deze „ghebruuct heeft reghels mate, dat is... alle de reghels, oft versen van een Refereyn, oft ander werc, zijn van eender mate van syllaben.. ,"2), en te Antwerpen zelf dichtte reeds Jan van der Noot. Toch was Heyns zich bewust iets bijzonders te doen en sprak dit uit in een voorrede „P. H. Tot Alle Verstandighe Brabantsche Rhetorisienen":

Cloecke Componisten, Edel Poëten.

Eer ghy dees ghedichten leest, moety weten, Dat ick, gheseten in Brabant, haer mate

Wetens ende willens hebbe vergheten, Om te volghen der Francoischer secreten:

Niet wt vermeten, oft dat ick d' ons' hate: Maer om dat ick met haerder Consten vate

Meer sins, onvercruepelt, dits dat ick pryse. Dole ick als ick tgoet om een beter late?

Dat late ick u oordeelen niet d'onwyse. Want de goey maghe eet wel alle spijse.

Een hartstochtelijk nieuwlichter en beeldstormer is hij allerminst; met een goed-rhetorijksch versje in Brabantsche maat (hoewel alle verzen 11 silben hebben, mag men er dunkt mij toch geen vers communs in zien) met fraaie binnenrijmen en een sierlijke snedigheid als slotvers, doet hij zijn cloecke vrienden en dichtgenooten weten, dat hij meent dit maal het goede voor iets beters verlaten te hebben. Het zou inderdaad ook niet zijn laatste keuze blijven. In 1577 verscheen bij Plantijn de „Spieghel der Wereld", een atlasje, bewerkt naar het groote Theatrum van Abr. Ortelius, waarbij Heyns een berijmden tekst had gegeven 8). Hij is tot de Brabantsche maat teruggekeerd en geeft daarover aan het slot wederom een zeer heusche, bijna verontschuldigende mededeeling „Tot den Neder-landschen Facteurs" *):

l) ABC, oft Exempelen om de kinderen bequamelick te leeren sehryven... Antwerpen, Plantijn, 1568; vgl. de beschrijving in Bibl. Belg. en Moes-Burger, De Amsterd. Boekdrukkers d. 16e eeuw IV, 229; de Mij. d. Ned. Lett. bezit een exemplaar.

') Aldus de drukker G. Manilius tot den lezer; vgl. S. Eringa, La renaissance et les rhétoriqueurs Néerlandais, Thèsè Paris, Amsterdam 1920, p. 138.

») Vgl. Moes-Burger t. a. p. 201, 231 vlg.

4) Aangehaald volgens Serrure, Vaderl. Museum III, 304.

Sluiten