Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

47

en begeeren daer niet aen gebonden te zijn." Heel veel verder dan het Fransche tellen gaat hij in 1600 nog niet. Wel heeft hij ook plichtgetrouw „gade gheslagen dat in alle reghels de seste syllabe een cesure ofte afsnijdinge can verdragen", d. w. z. hij zette daar een schrapje en zorgde dat dit niet midden in een woord viel; overigens bemoeide hij er zich niet mee en verzocht dan ook den lezer „dat hy int lesen sulcx wilde voorby gaen als of daer niet en stonde, op dat den sin int lesen niet bedorven en worde". Maar hij is nog geheel afkeerig van „de groote sorchvuldicheyt die de sommighe in cleyne wercken soecken te volgen, als willende binnens regels ooc gebruycken seeckere lengde ende cortheyt van syllaben, daer met zy haer eenen wreeden ende stereken toom inden mont legghen". Daardoor worden zij dikwijls gedwongen tot gewrongen wendingen en harde of duistere woorden. Intusschen de Leidsche sfeer, waar hij Dan. Heinsius en Scriverius onder zijn vrienden telde, zou haar invloed op hem nog voltooien. In het Ghedenckboeck (1606) schrijft hij vóór zijn Nassauschen Perseus: „Wy hebben oock so seer het ons mogelij ck is geweest gehouden de Fransoische maet ende in onse Versen of Regulen gebruyekt, die sy Heroikes oft Heerhjck noemen, ende zijn van twaalf ende derthien sillaben lanck. Wat de sillaben aengaet, die sult ghy oock van behoirlicke lengde ende cortheyt vinden, ten waer in namen oft eenige dingen, die onverandert opde behoorlicke maet niet en connen gebracht worden sonder het verstant ende sin heel te bederven" (vgl. Poll t.a.p. 150). In later tijd zag men dit laatste wel anders in en hebben vele namen zich zonderlinge verandering moeten laten welgevallen om in de behoorlijke maat passend te worden; veelal kon men bij mythologische namen denFranschen vorm tot voorbeeld nemen (Jupijn, Neptuyn, Ulys).

Nederlandsche en Fransche versmaat.

Zoo is ons overzicht de 17e eeuw genaderd en daarmee den tijd, dat de strijd om de nieuwe maat als volstreden mag worden beschouwd. De vrije „lange regel" der rederijkers is in ernstige gedichten vervangen door den alexandrijn van 12—13 lettergrepen, met caesuur en volgehouden „iambischen" klemtoon; een 14e lettergreep wordt alleen nog toegelaten in dubbelslepende verzen of „struikelrijmen",

Sluiten