Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

vers inwendig naar zijn Nederlandsche behoefte tot alternatie1). De Franschen waren hem hierin geen voorbeeld. Ronsard, die overigens met de metriseerende proeven van zijn tijdgenooten weinig op had, heeft toch twee Odes Sapphiques uitgegeven (Odes V, xxx, xxxi); zij schijnen hem echter zelf slechts matig voldaan te hebben: „les vers Sapphiques ne sont, ny ne furent, ny ne seront iamais agreables, s'ils ne sont chantez de voix viue merkt hij erbij op. Er school dan ook een denkbeeldige adder onder het gras; de e-muet namelijk mocht nu eenmaal niet voor een zelfstandige lettergreep tellen, ook niet voor een „korte", en dus moesten de hendecasyllabi, al besloot Sappho ze ook zelf met een spondeus of iambe, alle staand rijm hebben; b.v. „Mon age et mon sang ne sont plus en vigueur". Hij houdt zich voorts aan de Horatiaansche caesuur en verdeelt de 11 silben dus in een groep van 5 en een van 6. Het gevolg is: een drietal alexandrijnen waaraan de eerste lettergreep ontbreekt, alle eindigend op hetzelfde staande rijm, met een dergelijk halfvers van 5 syllaben als Adonis. De strophe maakt een tamelijk houterigen indruk, en een iets later bewonderaar, Etienne Pasquier, die nog meer proeven van dezen versvorm aanhaalt," betreurt het dan ook dat men er niet eens een vrouwelijk rijm in hooren mag, „or pour rendre ceste Poësie accompüe, il faut du tout bannir de la fin des vers 1'E ferninin, autrement il sera trop long ou trop court" (Les Recherches de la France, 1611,LivreVII,Chap. XII „Quenostre langue est capable des vers mesurez, tels que les Grecs et Romains").

Const. Huygens. — Onze Huygens zou het de Franschen eens beter leeren; in het 2e boek van zijn Otia (1625, blz. 60—62) vindt men zijn „Essay de vers Mesurez", een Fransche vertaling van Horatius II, 10 „Rectius vives" (Gedichteneed. Worp 1,209).Uitgaande van de onderstelling „qu'en Latin 1'Accent se gouverne par la Quantité" en deze klemtoon-quantiteiten voor zijn Hollandsch oor nabootsend, bouwde hij zijn rijmlooze verzen zoo, dat de plaatsen der lange lettergrepen door woordaccenten werden

*) Eigenlijk hetzelfde rythme vertoonen Vondel's veel nagevolgde „Roomsche Lier"-strofe (ed. v. Lennep-Unger 1642 —45 .blz. 140) en Psalm 101, die alleen afwijken in het gebruik van staand en slepend rijm, waardoor dus verschil van één syllabe ontstaat; Vondel stelt 3 x 10 + 5 de Psalm 2 x 11 4- 10 + 4 lettergrepen, de eerste rijmt aaab cccb, de tweede aabb enz.

Sluiten