Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

53

ingenomen. Dat de Franschen zich juist gebonden rekenden aan een staand rijm achtte hij niet, hij zag in die eindlettergrepen eenvoudig verkeerde accenten *). Zijn strophe heeft op deze wijze denzelfden maatgang, waarmee wij op school (evenals hij) de klassieke verzen leeren lezen:

dat is de strophe die men muzikaal vindt vastgelegd in Brahms' Sapphische Ode („Rosen pflückt ich nachts mir am dunklen Hage").

Op dezelfde wijze, trouw volgens de accenten, trachtte Huygens nu ook in het Nederlandsen heroïsche disticha na te bootsen, in zijn bekende „Ontschuldiginghe aenden Heere Hooft in gemeten onrijm" (Korenbl. I 491, Worp II 163, a°. 1626):

Muyden, ick legg te bedde gevelt, veel platter as yemand Die mette vallende sucht d'aerde van achtere' kust... enz.

C. G. Plemp. — Indien men nu evenzoo de proeven van Gom. Giselb. Plemp zou willen lezen, blijkt dit niet goed uit te komen; het wringt en stoot, een regelmatige opeenvolging van accenten is niet te vinden. Immers hier is nu eens niet op de klemtonen, maar alleen op de echte zuivere quantiteit gelet, zooals hij zich die voorstelde. Wij nemen als voorbeeld wederom de Sapphici. In dezen vorm geeft hij een Gebed en een Nederlandsche vertaling van hetzelfde Horatiaansche Rectius vives 2). De laatste strophe van dit tweede luidt bijvoorbeeld:

Als benauthert dijn sin-e perst, in hoop staet Vast, noch en duikt niet: set op uue schoot wel Ook dan, als 't voorwind is, en harde koelt maekt Swangere seilen.

Gestéld al dat men eens vertrouwd was geraakt met deze zeker „al te latijnachtige" wijze van uitdrukken (om die waarschuwing uit Vondel's Aenleidinge eens op zijn goeden vriend Plemp toe te ' 1

') Pasquier bespreekt t. a. p. een Sapphische ode van Claude Buret, „le premier qui nous en monstra le chemin", die hetzelfde rythme doet hooren als Huygens: alle verzen eindigen slepend (Buret rijmt aabb); Pasquier keurt dit af om de genoemde reden aangaande de e-muet.

•) C G. Plempii Orthographia Belgica... Amst. 1637, blz. 19, 22.

Sluiten