Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

63

tusschen de zoogen. lange klinkers en de onderstelde lengte der lettergrepen in het vers. Joh. Hilarides *) neemt eens (1705), waar hij met alle middelen tegen David van Hoogstraten te keer gaat, aanstoot o.a. aan een vers van dezen, dat begint „Dat ons het recht gééft"; dit „gééft"\ zegt hij „klink niet anders dan géft", blijkbaar omdat het in het vers „kort" gebruikt is. Een zonderlinge bewering, die echter volkomen logisch volgt uit de verkeerde maar algemeen aanvaarde praemissen! Anderen hebben deze zwakke plek in de theorie gemeden.

Adr. Verwer. — In zijn 1707 verschenen werkje 2) wijdde Adr. Verwer twee afzonderüjke hoofdstukken aan de Poëtica. In het eerste daarvan (Cap. XIX) geeft ook hij eenige beknopte regels voor de prosodie, welke later naast die van Moonen herhaaldelijk werden genoemd. De begripsonderscheiding, die deze maakte tusschen eigen klinkerlengte en lengte door klemtoon, treft men bij hem niet aan. Hij houdt zich aan de klassieke vooretellingen en termen, maar laat toch voorafgaan dat het lang en kort bij ons niet afhangt van de spelling(!) zooals bij de Latijnen 8), maar van een zekeren klemtoon in de uitspraak: „Syllabarum longitudo aut brevitas nobis non pendet ex earum in dictionibus Orthographia; quemadmodum apud Latinos: verum è certo pronunciationis accentu, quondam una cum dictionum notatione syllabis tributo, & per USUM servato. Viva vox igitur prsecipuè bic consulenda" (p. 69). Moonen zocht naar regels voor den woordklemtoon, ten dienste vooral ook van de vreemdelingen; Verwer wilde den Nederlandschen dichter, die immers toch wel wist hoe hij uit moest spreken, een leidraad aan de hand doen, om in twijfelachtige- gevallen de juistheid van het al of niet lang gebruiken eener lettergreep te beoordeelen. Hij brengt etymologische beschouwingen in het geding, wijdt geen bijzondere aandacht aan de wijze van woordsamenstelling, wat juist Moonen's voornaamste verdienste is, werkt daarentegen met

J) Niewe Taalgronden der Neederduj tsche Taal enz. Fraaneker 1705, blz. *5 v.

') Linguae Belgicae Idea Grammatica, Poëtica, Rhetorica; deprompta ex Adversariis Anonymi Batavi... Amstelaedami 1707, opnieuw uitgegeven Lugd. Bat. 1783.

s) Vermoedelijk denkt hij hier, behalve aan de zooeven besproken spellingsgeschillen, vooral aan de klassieke posi tione-lengte; overigens is deze voorstelling in elk geval zonderling genoeg, tenzij men de toen gebruikelijke lengteteekens boven sommige klinkers opvat als behoorend tot de Latijnsche orthographie.

Sluiten