Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LÊER.

69

met veronachtzaming van de accenten der woorden, de regels der Latijnsche prosodie steeds in alle syllaben toe te passen, zich niet minder tegen den geest der vaderlandsche taal vergrepen, zooals Goddaeus en ... Gesnerus (de 16e eeuwsche Zwitsersche schrijver van den Mithridates!). Nadat wij aldus de gronden van hun falen hadden opgemerkt, lustte het mij, aldus Reizius, te beproeven of ik die zou kunnen ontgaan door èn den eisch der klemtonen èn tevens de quantiteit der syllaben in het oog te houden. De lezer oordeele en bedenke dat dit maar „primorum radimentorum specimina" zijn „quae tempore mehora reddi atque expoliri queant." Na een citaat uit Is. Vossius' De poèmatum cantu, dat hem moed geeft „nee desperandum, etiamsi primus non successerit conatus", komt hij met zijn eigen proeven voor den dag. De zuiver iambische verzen van Horatius' Beatus ille „parili metro Belgice redditae" en een bruiloftsdicht van eigen vinding in dezelfde maat, geven geen moeilijkheid; hier had hij alleen op zijn quantiteiten te letten, de klemtonen vielen vanzelf in het gehoor; maar bedenkelijk wordt het als hij den aanhef der Ilias in Nederlandsche hexameters wil gaan nazingen. Ongelukkig laat hij het aan den „lector eruditus" over na te gaan, wat de „recta lectio & dimensio" van deze verzen is; de „vocum accentus" komen er zekerlijk telkens in de knel en welke maatstaven hier de „naturalem syllabarum quantitatem" bepalen is evenmin erg duidelijk; bij voorbeeld blz. 565 (de lengteteekens zijn van mij):

Dit hoorênd ripên eenstemmig alle de Griken,

Mën waar vêrschuldigt den priister in eere te houden

Jan van Belle. — Een afzonderlijk plaatsje neemt in dezen tijd nog de Haarlemsche schoolmeester Jan van Belle in, met zijn „Korte Wegwijzer, ter Spel- Spraak- en Dichtkunden ... in Nederduitsche Dichtmaate, op 100 Bladzijden gesteld", Haarlem 1748 *). Hij ziet het onderscheid der lettergrepen in een zuiver verschil van duur; maar hij moge zelf zijn woord doen (blz. 75):

De Voeten zijn als halve en heele Nooten : _

Jl.en .PTfprorppr» 7u>r oA.o .,1. l r-'

En eene van tweemaal zolangen duur

Zyn t'zaam een Voet, als hier in 't woord Natuur,

De na *®a dood uitgekomen Korte schets der Néderduitse Spraakkonst (ald. 1/55) van denzelfden schrijver bevat niets dat voor de dichtkunde van belang is.

Sluiten