Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70

DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

In allen Rym', behalven Trippelmaaten, Waarin zig eerst twee halve hooren laaten, En dan een heele, als danssende op de koord, In Stigtgedicht zeer zelden fraai gehoord, 't En waare in vlaamse óf andere oude Rymen, Nu meest geteld by die van malle Symen.

Hij geeft dan „Voorbeelden van halve Voets tót zes Voets Vaerzen", waarin de onstichtelijke koorddansende trippelmaten echter gemeden zijn, en gaat daarna over tot de behandeling der caesuur of „sneede", die in „vaerzen van vyf Voeten ... vast en wis ... op den tweeden, in zesvoets op den derden wezen moet" (blz. 78), al heeft een Vondel daar wel eens wat vrijheid in genomen (blz. 87). Dan wil hij nog spreken over den bouw van strophen liederen, ldinkdichten enz. Wat de liederen betreft is daar geen beginnen aan, die worden „somtijds zo Schots en Spaans dooreen geflanst, als niemant zou gelooven" (blz. 88); van de sonnetten geeft hij eenige voorbeelden. Hierna komt hij op de trippelmaten terug, wier verschillende vormen hij doet kennen in een drietal voorbeelden „door zangnooten afgebeeld", nml. | J J J | enz" | enz. | J J j |enz. Merkwaardigis, dat hij in dit verband een stichtehjk rijmwerk] e „ Den Uyterste-wille van Louis Porquin" x) noemt, dat in vrije rederijkersverzen gesteld, inderdaad zeer oud en Vlaamsen klinkt, maar bhjkbaar om zijn vromen inhoud toch niet „by die van malle Symen" gerekend moet worden; volgens Van Belle is dit „by wyze als trippelmaat behandelt, Alschoon 't niet op gelyke voeten wandelt" (blz. 94).

Intusschen verleidden deze in muzieknoten voorgestelde „voeten" hem niet, de lange en korte nu ook in overeenstemming te willen brengen met die van de melodie, en terecht. In zijn Psalmen (Haarlem 1733) drukt hij zijn nieuwe berijming onder de muziek af; de tekst heeft keurige voeten, maar de melodie gaat haar overgeèrfden vrijen gang; dus b.v. Ps. 48:

») „In dichte gestelt by Anthonis Verensis" volgens den druk Amsterd. 1690 in de bibL d. Maatsch. d. Ned. Lett.; Van Belle noemt een uitg. ald. 1726.

De Heere is groot en prijzenswaard, enz.

Sluiten