Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORTZETTERS DER KLASSIEKE LEER.

73

strijdigheden in voor; zoo moeten op blz. 22 soortgelijke samenstellingen dienst doen voor spondaeus, als waarvan op blz. 6 beweerd is dat slechts de hoofdtoon zijn lengte bewaart en het andere hd verkort wordt, ook als het van nature lang is; evenzoo zondigen o.a. 3 van de 4 gegeven voorbeelden van anapaesten (blz. 24) tegen den op blz. 8 gegeven regel van de lengte door positie. De invloed van Frese, of misschien meer nog van het oorspronkehjke werk van Gottsched zelf, zal echter niet in hoofdzaak op betwistbare punten der lang- en kortverklaring gewerkt hebben, maar in de eerste plaats op de geheele beschouwing van het vers, dat nu weer één gelijkmatige reeks van paarsgewijs afwisselende lettergrepen scheen te zijn, waarboven men om en om _ en _ moest kunnen zetten. x)

Historie der Rymkonst. — In het derde kwart der eeuw verscheen nog in België het boven (blz. 22) reeds genoemde, anonyme werkje: „Historie, Regels ende Bemerkingen wegens de Nederduytsche Rym-konst" enz. t'Antwerpen (volgens de approbatie 1773). „Eenen Voet bestaet in twee syllaben, waer van de eene lang en de andere kort moet zyn in het uytspreken"; staat de lange vooraan „dan wordt diën Voet genoemd Choraeus ofte lichten Voet", staat die in de 2e plaats dan heet deze „Jambus ofte zwoeren Voet"; op denzelfden grond kan men ook spreken van „zwoere oft lichte Veêrsen". Wij kunnen met deze aanhaling volstaan; zij doet het standpunt voldoende kennen, de gewone teekens _ en _ zorgenvoor het overige. Cats heeft de volkomenheid bereikt, de Fransche dichters daarentegen begrijpen niet veel van de versmaat; maar dit schijnt aan de taal te liggen, want de Fransche verzen van Cats zelf zijn ook aherrninst vrij van gebreken (blz. 13—15).

Merkwaardig is nog de beschouwing over de misbaarheid van het rijm (blz. 92 vlg.); er wordt zelfs een overzicht gegeven van

meeste™ ^edigheid noem ik hier nog een vertaling „De Hoogduitsche Spraakmeester, van J. C. Gottsched, met het Nederduitsch van E. Zeydelaar, enzeerveele

1798 DZeH„rH \A' ^ WaarVan derde ^verschUn A«

1798 De Hollandsche spraakkunsten voor Duitschers van Matth. Kramers en A A v Moerbeek (Leipzig 1774, 1791, 1804) zijn alleen voor praktisch gebZ^elbevalt»

^tekTr,7e9,wtTt: Tamhl ^ ^erduitsche Spraakkonst van ZeydelS (Amsteld. 1791), of het moest wezen in zijn beschouwing over de scheiding tusschen de lettergrepen, al is het hem hierbij ook alleen om de spelling te doen (blz 133 vlgT Hier zfa terloops ook genoemd de Nederduitsche Spraekkunst van Frans de Haes (verschenen achter zijn Nagelaten gedichten Amst. 1764), die evenknie s belang rnks over den versbouw bevat. oeiang

Sluiten