Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

kunnen echter alle de verscheidene benaamingen der werktuiglyke kunstdeelen van een vaers, welke men by de meesters ontmoet, als maat, voet, toon, klank, snede, rust, kadans, numerus, metrum, enz, (het rym slechts uitgenomen) zeer gevoeglyk met één woord onder trant begreepen worden; want alle die deelen veréénigen zich in den vaerstrant, en maaken, als onderhoorige

leden, in denzelven één hgchaam uit Te onrecht word de

trant veeltyds slechts de maat genaamd, die wel een zeer wezenlyk deel daarvan, maar geenszins de vaesrtrant zelf en geheel is. Spotters vergelyken den trant met Prokrustes yzeren bedstede, en zeggen, dat de poëet met zyne vaerzen moete te werk gaan, gelyk

die wreedaart met zyne gasten" Ontdaan van zijn tooneel-

mom zal dit dus ongeveer willen zeggen: de heeren genootschappers kennen, behalve het heilige rijm, in de verstechniek veel schoone begrippen en kunsttermen, maar hebben daaruit, zonder zich van de waarde van elk afzonderlijk rekenschap te geven, één ijzeren schema gevormd, waaraan zij als geheel den weinigzeggenden naam van trant geven, en waarop zij hun verzen rekken en knotten als op een Prokrustes-bed; dat de juiste keuze en toepassing van het metrum de hoofdzaak is zien zij niet in.

L. van Santen. — In 1796 het de geleerde Leidsche patriot Laurens van Santen een anonym werkje verschijnen onder den titel: Rwwe Proef over het Werktvigliike der Dichtkvnde, ten Onderzoeke aan het Genootschap, Kvnst Wordt Door Arbeid Verkreegen, opgedraagen. Hoewel de schrijver eigenlijk een overtuigd aanhanger der klemtoontheorie is, kan de bespreking van zijn werkje toch het best in dit verband plaats hebben, daar hij hierin geenszins tracht een volledig beeld van de volgens hem juiste regels eener zuiver Nederlandsche verskunst te geven, maar een voorhchtingbij» hetbeoordeelenderzoogenaamdmetrische moderne verzen wil verstrekken aan „dezulken onder [zijn medeburgers en kunstbroeders]... die, van alle kennis van Grieksch, en zelfs Latiin, ontbloot, evenwel een denkbeeld van de dichtmaat der ouden verlangen te hebben" (Voorbericht). Dat was een behoefte van den tijd geworden en daartoe trachtte Van Santen, die zelf zijn lauweren als Latijnsch dichter verdiend had, zich thans rekenschap te geven van de verschillen tusschen de klassieke en de Nieuwnederlandsche versvorming. Zijn boekje overziet de ge-

Sluiten