Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

eensdeels om dat, gelijk wij reeds in 't voorbijgaan hebben moeten doen vermoeden, de tijdsvulling van eenen volzin, en dus ook van de woorden en lettergrepen, waaruit dezelve zamengesteld is, van de langzame of snelle uitspraak des sprekers afhangt, en, ten tweede, om dat de klemtoonen, zinsneden en alles, wat meer tot het Rythmus dan tot het Metrum behoort, hierin geene kleine verandering te weeg brengt. Een geoefend gehoor, nogtans, stelt zich dezen tijd als volstrekt voor. Zonder deze geoefendheid, door eene lange gewoonte te verkrijgen, en waardoor wel eens hetgeen op zich-zelve willekeurig is, een regel wordt, kan het gehoor zich van dit dikwijls onmerkbaar tijdverschil niet overtuigen." Duidelijker had Kinker niet kunnen doen bhjken dat hij, overtuigd van de mogelijkheid van metrische verzen in het Nederlandsch, daarvoor ook een zuiveren metrischen grondslag wenscht; zijn „geoefend gehoor" verkiest zich „dezen tijd als volstrekt" voor te stellen, niettegenstaande alle noodige voorbehoud omtrent meer eigenlijk „rythmische" elementen, die de volstrektheid daarvan benadeelen, en zijn streven is een zoo redelijk mogehjken maatstaf toe te passen, om regels die „op zich-zelve willekeurig" zijn tot een minimum te beperken.

Zoo gaat hij aan het werk, geleid door gehoor en verstand, en ontwerpt een scala van niet minder dan 27 graden, opklimmende van korte tot zeer lange lettergrepen. Elke klasse omvat een groep, die overeenkomt ten opzichte van de samenstelling der „letters waaruit zij bestaan", in hoofdzaak natuurlijk van hun aantal, maar ook wel naar bijzonderheden van klank, waarbij de kracht der „positio" in klassieken zin in aanmerking wordt genomen (blz. 165—173). Anders dan Hesselink rekent hij de lettergreep weer van klinker tot klinker, en laat ook de beginmedeklinkers van een volgend woord meetellen voor de quantiteit; misschien is dit een van de punten van willekeur die door langdurige oefening gewoonte worden, misschien ook volgde hij| hierin zijn gehoor, terwijl Hesselink's overwegingen zeker in hoofdzaak verstandelijk waren. Met deze tafel van 27 hoofdklassen maakt Kinker geen aanspraak op volledigheid, maar wel op betrekkelijke juistheid; zij zal „kunnen strekken, om bij de bepaling van de hoegrootheden der lettergrepen een gemakkelijk overzigt van den tijd, tot de uitsprake der lettergrepen benoodigd, voor zich te hebben, waardoor het daarna gemakkelijk zal zijn, de afwijkingen, door de

Sluiten