Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

bedoelen); in de Fransche verzen echter bindt men zich aan geen regelmatige afwisseling van lange en korte grepen, „vergenoegd met alleen op zekere vaste plaatsen een langen greep en op zekere

andere een korten te stellen" „Doch dit niet volgen van een

regelmatig stelsel van voeten is niet alleen aan de Franschen, maar (eenigszins ten minste) aan verre de meesten der nieuwere Talen of Volken gemeen, en was het voor dezen aan allen. Ook onze taal deelde daar ten eenenmaal in" (N. Versch. 1,101—104).

Zoo was de classicistische metriek voor Bilderdijk in zekeren zin een verlaten standpunt; |de quantiteit, zij mocht dan jmede ✓een vaste eigenschap der lettergrepen wezen, was toch in hoofdzaak bepaald door den klemtoon; de strikt klassiek-metrische dichtkunde, die aan velen als het beloofde land verschenen was na de gevangenschap in de rijmwereld der genootschappen, had afgedaan. Enkele lyrische vormen vonden bij Bilderdijk nog eenige genade, al kunnen zij nooit den waren klank der klassieke verzen nabootsen; „naar het Alkaïsche vers schikt... onze taal zich wel eenigzins beter, doch altijd gebrekkig, en ook mijne proeven daarvan wil ik in 't geheel niet aanprijzen" (N. Versch. II, 171). Voor Noord-Nederland is het hierbij ook vrijwel gebleven, en wij zouden deze eerste helft van ons overzicht inderdaad met Bilderdijk kunnen besluiten, indien niet nog tweemaal de navolging van zuiver klassieke maten was voorgestaan, en de voorstanders opnieuw tot theoretische bespiegelingen aanleiding had gegeven; eenmaal in het Zuiden bij monde van Dautzenberg, later door Vosmaer naar aanleiding van zijn hexameter-vertalingen.

Rijmlooze verzen in de ige eeuw ; Zuid- tegenover Noord-Nederland.

J. M. Dautzenberg en Prud. van Duyse. — In de Beknopte Prosodie der Nederduitsche Tael van J. M. Dautzenberg *) vindt men een jonge frissche overtuiging aan het woord. „De metrische verzen vonden tot hiertoe weinig liefhebbers in de Nederlanden. De bekroonde Prosodia des geleerden Kinkers, op een valsch stelsel gegrond, heeft zoo veel onheil gesticht, als de onzalige proeven, die door dat verkeerd systeem in 't leven geroepen

•) Verschenen in het „Taalverbond" 6e Jaargang, 7e deel, 1850—'51, blz. 345— 376, ook afzonderlijk uitgegeven, Antwerpen 1851.

Sluiten