Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

110 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

aard en vorm lange lettergreep bepaald overheerscht

Dientengevolge bestaan er in de Noordsche talen vier soorten van syllaben: a) Syllaben die kort van klank zijn en door het accent versterkt worden; 6) Syllaben die kort van klank zijn en bij gebrek aan accent toonloos bhjven; c) Syllaben die lang van klank zijn, doch het accent missen; d) Lange syllaben die tevens geaccentueerd zijn" (blz. 63, 64). In de praktijk gaat het echter ook voor hem alleen om kort of lang; de groepen b) en d) zijn de gegeven uitersten, a) sluit zich bij de langen aan, daar de klemtoon toch overweegt, bij groep c) schuilt de mceihjkheid. „Men weze omzichtig...", maar moet „naar 't voorbeeld der Duitschers ... dan toch maar de onzekere lange syllaben voor lange aannemen en ze zóó trachten te plaatsen dat zij niet al te mat klinken", hetgeen trouwens, daar volgens hem ,,'t Nederlandsch veel zachter en vocaalrijker is dan 't Duitsch, .... bij ons nog beter te verdedigen is." In dit verband schrijft hij den opmerkelijken zin, door hem zelf in zijn geheel gecursiveerd: „Overigens verbiedt de poëtische taal het veelvuldige aanwenden van woorden wier onbestemdheid of onbeduidendheid tot zelfs in hunne onzekere metrische waarde te bemerken is" (blz. 71). Dit herinnert aan de altiloquentia die Ronsard eischte. Het verschil tusschen de aangewezen vier schakeeringen van quantiteit, wier eigenschappen hij als kracht (d), helheid (a), zachtheid (c) en vluchtigheid (b) bepaalt, geven een bijzondere schoonheid: „zij maken onze taal geschikt tot nabootsen van alle muzikale rhythmen" (blz. 71). Kinker had natuurlijk ook volgens Droogenbroeck gefaald: „hij wilde anders dan de Duitschers — deze zijn in de waarheid; dus moest bij noodlottig er nevens geraken" (blz. 87). Maar op grond van lhet beter inzicht dat thans overwonnen had, meende ook hij zijn Verhandeling te mogen besluiten met moedigen Vlaamschen trots: „In het Nederlandsch kunnen alle vormen der Poëzij gebeeld worden zoo volmaakt en zoo schoon als in eenige taal ter wereld!"

Eug. van Oye. — Dezelfde overtuiging werd nog kort geleden uitgesproken door Dr. Eugeen van Oye in zijn, om het juiste begrip van rythmus zoo uitstekende studie „De Grieksche Metriek in de Nederlandsche Dichtkunst" (Bijblad van „Biekorf" Brugge 1911), waarvan later nog sprake zal zijn. Deklas-

Sluiten