Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

123

2e deel zijn „Wel-rymens wet, Brief aan N. N." bevatten. Een „rijmdicht", zegt hij .daar (strophe 4 en 8),

„Dat / matelijk geciert / scherp / aardig zoet en net /

En op gewisse maat en voeten ne'er gezet /

Met onverkrachten stijl bevalhghjken vloeyt

En zelden hort of gaapt / of 's Lezers oor vermoeyt"...

en

„Dat rechte sneed en klem / dat standzei heeft en pit"....

wat baat zoo'n keurig rijmdicht, als de inhoud niet deugdehjk is? Wij wijzen slechts even op de gewisse maat, de voeten, de snede, het niet gapen en vooral het niet horten, dat overeenkomt met de rechte klem.

Theorie en praktijk.

Men mag aannemen, dat het eerste kwart der 17e eeuw in het algemeen reeds de opvatting kende, die tot heden de gewone globale formule gebleven is, nml. dat het Nederlandsch onderscheidt tusschen lange en korte lettergrepen, wier verschil in hoofdzaak door het gewicht van den meerderen of minderen klemtoon wordt bepaald. In dien tijd zeker verbond men beide gezichtspunten, al drukte ieder zich op zijn wijze uit; inderdaad is er toen evenals altijd verschil geweest tusschen de wijze, waarop verschillende dichters hun verzen hoorden of verschillende kringen die voordroegen. Het is dus geen toeval, als de een meer op dit, de ander meer op dat criterium den nadruk legt; d. w. z. dat de een ook werkehjk meer uitsluitend de klemtonen deed hooren, de ander bepaaldelijk ook streefde naar een waarneembaar verschil in duur, dat men immers door rekking van een klemtoonsyllabe zeer wel tot stand kan brengen. Zoo hebben de zuivere klassicisten, men neme Heinsius, Cats of Anna Roemers, hun verzen zeker ook werkehjk bedoeld als een wisseling van langer en korter lettergrepen, de lange slechts versterkt in den maatgang door de accenten. Zulk een alexandrijn, zooals zij hem voor volmaakt hielden, wil dan gelezen zijn:

* JMJJMJJMJ'liJMJJ* IJJMJ,

Sluiten