Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

127

geen volledige rymkonst te hoeven geven; alleen worden enkele „dactyhsche" verzen van Hooft aangehaald als voorbeeld daarvan. „De gewoone Trant" dan (blz. 20) „is eigentlyk, wanneer eene Accentus Acutus óf scherpe en Gr avis of zwaare Toon malkanderen geduurig vólgen: En déze is tweederley, of wanneer de scherpe voorgaat en de zwaare vólgt", of andersom. De gewoone trant dus bestaat uit een afwisseling om-en-om van verschillende tonen; uit de gegeven voorbeelden bhjkt, dat de acutus of scherpe wordt toegekend aan die lettergrepen, die volgens de afgekeurde oudere terminologie als lang, de gravis of zware aan die als kort werden beschouwd. De „tweederley" vorm van dezen trant komt dus overeen met wat anders trocheus en iambe genoemd werd. Intusschen, hiermee is alleen gezegd hoe de gewone Trant eigentlyk is „alzo ook andere toonen de plaatse der scherpe en zwaare konnen bekleeden.... Maar dit geschied door nood, en om het Vaerze-maaken, daar andersins schier geen doorkomen aan zoude zyn, wat ligter te doen vallen." Want zeker is, dat de „vloeijendste Vaerzen" die zijn, waarin dé zuivere afwisseling is volgehouden. „Hoe minder daarvan afgeweeken wordt, hoe gladder; en hoe meerder, hoe harder de Vaerzen zuilen worden" (blz. 21—22). „Deze afwyking nu kan driésins geschieden, óf ten opzichte van de veelheid, óf ten opzichte vande grootheid, óf ten opzichte van de veelheid en grootheid te gelyk", aldus de zeer systematisch en belangrijk hjkende volgende zin. Die gewichtigdoenerij heeft echter geen verdere beteekenis, dan dat er in een vers een grooter of kleiner aantal afwijkingen voor kan komen en dat deze meer of minder belangrijk kunnen zijn. Naast degenoemde accentus acutus en gravis duikt namelijk nu ook nog een „Intermedius óf Middeltoon" op, die in de plaats van een scherpe of zware gesteld, uitèeraard een minder belangrijke afwijking meebrengt, dan wanneer daar een zware of scherpe stond. Het is duidelijk, dat aan den intermedius in dit systeem de rol der syllaba anceps is toebedacht; zulk een middeltoon bhjkt b.v. te hebben de tweede lettergreep in Hollandsche (blz. 30). Als toelaatbare afwijkingen worden genoemd: schérpe toon in plaats van zware in de eerste lettergreep van elk iambisch vers, bij alexandrijnen evenzoo in de 7e d. i. de eerste na de caesuur, beide echter onder voorwaarde dat de daaropvolgende lettergreep een intermedius of middeltoon draagt (blz. 24—26). De zware toon mag in drie gevallen de plaats

Sluiten