Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

131

systeem mag heeten, niet om de sluitendheid van zijn praktische regels, maar om de overwogenheid en volledigheid van zijn rechtstreeksche en zuivere opvatting. Op het gebied der verstheorie wellicht meer dan op eenig ander, is het een algemeen euvel, dat men met termen van eerbiedwaardigen ouderdom begint, voortredeneert en eindigt, zonder dat men het voor den lezer of zelfs voor zich zelf noodzakehjk acht daaraan een zuiver en begrensd begrip te verbinden. Men is tevreden met een zekere algemeene, traditioneel aangevoelde beteekenis, tracht daarin al of niet deze of gene schakeering naar voren te brengen, maar zorgt toch den geijkten gang der redeneering daardoor zoo min mogehjk te belemmeren, en ziet dan geen bezwaar met deze imponderable waarden voort te werken. Huydecoper geraakte tot een theorie, berustend op oorspronkelijk inzicht en gewonnen door scherpen, voortgezetten denkarbeid. Indien wij al Pels en de zijnen eenigszins tot zijn opvatting zagen naderen, is hij toch aüerminst hun volgeling. Integendeel was ook de voortgang, dien hij maakte, gegrond op reactie tegen het voorgaande. De praktijk van den alexandrijn, dien hij zelf gebruikte in zijn treurspelen, gaf de eerste aanleiding tot zijn overdenkingen; het resultaat was een uitgewerkte alexandrijntheorie. De strijdleuze die men hem in den mond zou kunnen leggen, zou moeten luiden: vóör Vondel, met de klassieken, tegen de Franschen! Deze kreet was in de jaren 1713 tot' 16 inderdaad gehoord op een van de slagvelden, waarop zich de groote zoogenaamde Poëtenstrijd afspeelde x).

In 1720 gaf Huydecoper een boekje uit, getiteld,, Corneüle Verdedigd, behelzende een dichtkundig onderzoek van het Byverdichtsel van Thezeus en Dirce in het Treurspel van Edipus van P. Corneüle" (Amsterd. 1720), naar aanleiding van een bespreking zijner juist tevoren verschenen vertaling van dien Edipus, in de Boekzaal der Geleerde Wereld van Mei van hetzelfde jaar. „Hier komen bij", zoo vervolgt de titel,/„eenige byzondere Aanmerkingen, zo over de Poëzy, als de Nederduitsche Taal en Rymtrant", die te vinden zijn in het elfde hoofdstuk „Van den aard en eigenschap van den trant der Nederduitsche Vaarzen" (blz. 66 vlgg.). De Boekzaal-schrijver had vele van Huydecoper's

') Ik volsta met verwijzing naar Dr. E. F. Kossmann, Nieuwe Bijdragen tot de Gesch. v. h. Ned. Tooneel enz. 1915, blz. 61 — 70 „De strijd om Vondel".

Sluiten