Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

aan te wijzen; maar alleenlijk, om daarvan een algemeen denkbeeld te geeven.... Om welke reden ik ook geene verandering in de hoogte der Onevene of Korte greepen gemaakt, maar die allen op eene ry gezet heb: schoonmen, by 't leezen van goede vaarzen, ook genoegsaam onderscheid in den toon der korte greepen gewaar wordt .... Die de Muzijk, waarin wy bekennen vreemdelingen te zijn, verstaan, mogen dit verder uitpluizen, en ons leeren, of, en waarin, de Opzegkunst verder aan de Zangkunst onderworpen zy" (blz. 187 = I 415v.). Huydecoper's schijnbare tertsen-drieklank heeft dus geen dieper zin, en het doet aan zijn vooretelling ook niets af, zoo er al eens in eenig vers behoefte aan een nog hoogeren toon mocht wezen (hierover maakten Alewijn en Hinlópen zich onnoodig bezorgd in hun aanteekening op blz. III, 407).

Dit alles nu leidt tot het vinden van een aantal verschillende schema's voor den alexandrijn, naar mate de gang van het vers zich verschillend groepeert in de gepostuleerde grooter en kleiner maten; en dit aantal bhjkt te kunnen worden samengevat in twee hoofd-tranten. Hier komt nu Huydecoper's eerste en gedurfdste stelling tot uiting, dat namelijk de rust in het vers-midden geen vereischte is. Zijn le trant omvat, in het kort gezegd, de schema's zonder, zijn 2e die met rust.

Het criterium voor den len is alzoo dat de 3e en 4e voet samen een „grooter maat" moeten vormen en als norm voor dezen trant neemt hij het schema dat uit drie zulke maten bestaat:

1834 5678 I 10 11 li

De „veranderingen" die hierbij mogelijk zijn, vinden plaats in de le en 3e maat „de Trant blijft de zelfde, zolang de middenste Maat, besluitende in zich de 5, 6, 7 en 8 greep, onverdeeld blijft" (blz. 181—184 m 1405—411). Wij hoeven hier die veranderingen niet afzonderlijk te bespreken. Terecht wijst Huydecoper in een der bijvoegsels (blz. 625 = I 407 vlg. aant.) op de mogelijkheid dat een vers, waarvan de trant zonder twijfel tot dezen hoofdvorm behoort, toch ook aan den gewonen eisch van „caesuur"

Sluiten