Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 DE VERSBOUWTHEORIEËN IN NEDERLAND.

en dat is „het fraaije in den zangdreun van deeze regels". Ten Kate's beschouwing eindigt, waar Huydecoper begon; die had dit alles ook beluisterd, maar ging nu „met zijn verstand" te rade; tegen zijn krachtig ultimatum: rust of geen rust, zouden zeker ook Ten Kate's „zachte helftsneden" niet bestand zijn geweest ! Integendeel keert deze eerder tot Pels terug, als hij vervolgt : „de helftsneê, voornaamhjk in den zesvoet, wil egter niet geheel voorbijgegaan zijn; zij wil gaarne getoond hebben dat ze 'er is, en nog wat meer te zeggen heeft dan dat zij 'er niet ware"... maar „dat zij agter den eersten silb van een drie- of meer- doch niet niinder-silbig woord valle, kan somtijds, bij verandering, wel eene merkelijke deftigheid veroorzaaken" (blz. 139 vlg.).

Wie op aesthetisch gebied een zekere vaagheid boven heldere redeneering verkiest, zal zich misschien beter thuis voelen bij Ten Kate dan bij Huydecoper. De eerste grondde zijn werkehjk zeer fijne opmerkingen echter, evenals zijn voorgangers, op de gewoné kunsttermen met hun eenigszins onbepaalde beteekenis; de tweede maakte dezelfde opmerkingen, doch stelde zijn begrippen zeer scherp en liep daardoor zeker gevaar geen of te weinig ruimte open te laten voor die onbepaalbare afwijkingen en overgangen, die het levende kunstobject natuurlijk steeds bezit. Maar hierdoor stelde hij zich in staat een werkehjk onderzoek naar de voorkomende normale vormen door te zetten. Dat men de resultaten van zulk een streng volvoerd onderzoek wel eens verkeerdelijk voor regels of wetten kon aanzien, is niet zonder meer aan den onderzoeker te wijten en doet ook aan de waarde van het gevondene niets af.

De vermeende booze invloed van Huydecoper's „wetten" is trouwens van niet zeer langen duur geweest; voor de Hollandsche heeren puikpoëten zouden deze maatstaven veel te hoog en te revolutionnair bhjken. De ware 18e-eeuwers wisten tot de geprezen regelmaat terug te keeren (vgl. boven blz. 71 vlgg.) en juist de geheele strijd tegen de Fransche wet der césure was om niet geweest. Had Huydecoper, na Pels' „toepassing", de Dichtkunst van Horatius nog eens zuiver vertaald1), thans (1768) verscheen opnieuw de Dichtkunde van Boileau 2); en de vertaler A. Gobels

l) Hekeldichten Brieven en Dichtkunst van Q. Horatius Flaccus in Nederduitsche vaarzen overgebragt door B. Huydecoper. Amsterdam 1737.

•) De Dichtkunde van den Heere Nicolaas Boileau Despréaux, in een gelyk getal van Nederduitsche vaerzen overgebragt door A. G. Amsterd. 1768.

Sluiten