Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

145

verklaart uitdrukkelijk in zijn Voor-réde, dat hij er naar getracht heeft: „Vaerzen te maaken welker Zin niet zoodanig in het naastvólgende Vaers óverstapt, dat men op het Rymwoord geen de minste rust kan neemen; dezelve ook doorgaans van een taamelijke Middensnéde voorziende: hierin de lessen des Heeren Boileau gevolgd hebbende; want de ondervinding heeft my doen zien, dat zulk slach van Vaerzen het grootst getal der Leezeren 't gemaklykste en verstaanbaarste is" (blz. VI).

De nieuwe theorieën sedert Van Alphen.

Hiermee is dit hoofdstuk wederom tot het tijdstip genaderd, waarop een groote vernieuwing juist in de theoretische beschouwing van dichtkunst en versbouwplaats vindt, die vooral voor de tegenstelling van het quantitatieve en accentuatieve in de versopvatting een geheel nieuw stadium beteekent. Het is de theorie van het tijdvak der bardieten en anacreontica, de zelfbeschouwing der „modernen", die gevoelig, naïef, natuurlijk, luchtig en vrij willen zijn, die de Grieken willen navolgen (of althans de buitenlanders die dit vóór hen deden), niet gebonden-door wetten of kunstgebruik. Deze revolutionnaire neigingen op vormgebied gaven voor de theorie aanleiding tot een geheel nieuwe bepaling van haar gezichtsveld. Had men tot nu toe in het algemeen vast gehouden aan het eens gelegde verband tusschen klassieke regelen en termen en Nederlandse-classicistische versificatie—uitgaande in het algemeen van een zekere overeenkomst tusschen quantiteit en accent, die het mogehjk maakte met een bepaald en gelijkblijvend beginsel van syllabe-meting of -weging te werken — thans diende men met de voortbrengselen eener afwijkende nieuwe praktijk rekening te houden, die zich nog wel als een zuiverder en onmiddellijker navolging der klassieken aandiende dan de bestaande algemeene. De vraag: „kan men of moet men in onze taal de Grieksche metra navolgen, en zoo j a, hoe ?" was een vraag van den dag geworden; de beantwoording daarvan in bevestigenden of ontkennenden of desnoods in verzoenenden zin een levenskwestie voor den patriotschen poëet 1). Terwijl men er tot nog toe slechts

l) Het is bekend dat Lodewijk Bonaparte deze uit zijn Hollandsch Koninkrijk meegebrachte twistvraag ook in de Académie francaise heeft ingeleid (1813); vgl. A. G. van Hamel, Letterkundig leven van Frankrijk IV, 12.

10

Sluiten