Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

147

en het is te begrijpen dat zijn volgelingen zich dat geen twee maal heten zeggen en juist daarin effect zochten. Laurens van Santen had intusschen toch terecht opgemerkt, dat men zich in het algemeen eenvoudig door de klemtonen het leiden bij de waardebepaling der lettergrepen, al mocht deze en gene dichter zich dan ook de meestal overbodige moeite getroosten tevens op de zoogenaamde quantiteit te letten. En ook de latere Zuidnederlanders, Dautzenberg c.s., die in naïeve vreugde meenden het natuurlijke metrum der syllaben toe te passen, volgden weer geheel de accenteischen, die door Van Duyse's beschouwingen over het zakelijk gedeelte des woords (de klemtoon op de stamsyllabe) slechts schijnbaar op een breeder basis gegrond werden.

Bilderdijk en Kinker. — Hesselink, Kinker en Bilderdijk hebben de gegevens en maatstaven aan de hand gedaan, waarop de Nederlandsche theorie gedurende de 19e eeuw heeft voortgeteerd. Hun opmerkingen en gevolgtrekkingen vindt men overal (de beschouwingen over rijmlooze „metrische" verzen nauwehjks uitgezonderd) naast en tegenover elkaar, maar meestal in vreedzame mengeling terug. Bilderdijk's houding was trouwens zelf reeds een compromis, en zijn invloed op de volgende dichtergeslachten is door het levende voorbeeld der toepassing zeker het machtigst geweest. Het valt niet te ontkennen.dat bij hem het aan de „maat" naast den „toon" toegewezen belang meer schijnbaar dan wezenhjk is, zooals reeds aan Kinker niet kon ontgaan (Beoordeeling van Mr. W. Bilderdijks Ned. Spraakl., blz. 246 vlgg.). Voor meer doctrinaire leermeesters, die zich eens geheel en uitsluitend in de theorie verdiepten, bleef Hesselink de toeverlaat *); uit Kinker haalde men voornamelijk de losse fijne opmerkingen van zijn vernuftige kritiek, die men passend oordeelde.

Indien de persoonlijke verhouding tusschen Bilderdijk en Kinker in later jaren dit had toegelaten, had de theorie het onder leiding van hunne samenwerking een goed eind verder kunnen bren-

') Zoo b.v. zekere anonyme „Proeve eener Verzameling van de voornaamste Regelen der Nederlandsche Versificatie" enz. 's Hertogenbosch 1838, een tamelijk uitvoerig en met talrijke voorbeelden voorzien werkje „bijzonderlijk geschikt voor Latijnsche en Fransche scholen en aankomende onderwijzers." Hetzelfde boekje verscheen 1840 te Turnhout in herdruk, onder den titel „Leerboek van de voornaemste regels der Nederduitsche Versificatie en Dichtkunst" en met een aanbevelend voorwoord van J. F. Willems.

Sluiten