Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZOEKERS NAAR EIGEN MAATSTAVEN.

153

de op een juist beginsel gegronde methode dezer hoogst verdienstelijke studie begrepen hebben, is wel zeer te betreuren. Om zijn beginsel beteekent prof. Roorda's boek, als onderzoek naar de ware rythmische waarde onzer verzen, ongetwijfeld een zeer belangrijken .vooruitgang.

Hij beschouwt het vers als een rythniisch deelbaar geheel.waarin men, evenals in een muzikale phrase, een opeenvolging van gelijke maten kan waarnemen. De sterke plaatsen in zulk een maat noemt hij maataccent. „Dat maataccent valt in een vers meestal op een lettergreep, daar ook door het wóórd- of réde-accent de klemtoon op valt; maar toch dikwijls ook niet: en ook, wanneer het met die klemtoon op dezelfde lettergreep valt; dan is het toch een accent van een andere aard of natuur. — Devemarring van het maataccent met het wóórd- of réde-accent is de oorzaak geweest, dat men zich van de m a a t in p o ë z i e, van dichtmaat en versmaat, zulke verkeerde, of ten minsten duistere en verwarde denkbeelden gevormd heeft" (blz. 5).

Een enkel voorbeeld moge hier volgen:

**—^ wurtpei, weer ver- jaan, om wiens gedoemde trouwe

Hoe weinig sprekend is dit rythmische beeld! Elk halfvers vormt één 12/8 maat; maar hoe moeilijk is die te volgen bij deze minutieuse onderverdeeling; men zou ze eerst moeten natellen. En 12/8 is toch steeds een samengestelde maat; men zou haar vier gelijke onderdeden door stippellijnen kunnen afscheiden. Indien wij dit doen en de vervanging van drie achtsten door een tweetal noten van gelijken totaalduur (een duool dus) op de in muziek-

-jaart, om wiens ge- doemde ! Hier is dus alleen om iets verlengt ten koste der voorafgaande middenrust; een geringe afwijking, die bij de voordracht licht

Sluiten