Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROEFONDERVINDELIJKE RESULTATEN. 167

Bij nadere beschouwing van deze getallen treft ons allereerst, dat de laatste syllabe regelmatig alle zes maal de langste, soms zeer overwegend de langste is. Dit is des te merkwaardiger daar dezelfde lettergreep in hetzelfde, althans juist zoo luidende tweede woord van den zin steeds aanmerkelijk korter, in III en VI zelfs minder dan de helft van de slot-syllabe duurt. Hiervoor moet een bijzondere oorzaak bestaan, die slechts in de plaatsing gelegen kan zijn; wij komen daarop nog terug.

Als men deze blijkbaar bijzondere lettergreep terzijde laat, bhjkt dat het onderlinge verschil der lettergrepen bij elke afzonderlijke proef in het algemeen vrij gering is. In geval III alleen, waar de opzettelijke scheiding der twee t's van „met twee" een aanmerkelijke afwijking heeft doen ontstaan, vindt men althans één lettergreep, die niet meer dan de helft van twee der overige vijf meet (16 : 32 en 33); in de andere gevallen is de verhouding 2 : 3 het maximum, die slechts nog in I even overschreden wordt (19 : 29£ en 30£; in III evenzoo ook 19 : 32 en 33). In II, IV,

V en VI ziet men slechts tamelijk onbelangrijke schommelingen om het gemiddelde. Namelijk in II is het gemiddelde 20 + 22 + 20 + 23i + 21£ + 17 = 124 : 6 = 20f, naast de uitersten 17 en 23*. In IV is het gemiddelde 23f, de uitersten 21 en 29. In

V luiden deze cijfers 25 tegen 20 en 33£, in VI 24f tegen 21 en 29£. Als men hetzelfde ook voor I en III uitrekent, levert het geheel deze verhoudingen op1):

I minimum: 19 gemiddelde: 24-f- maximum: 30£

II „ 17 l 20f | 231

III 1 16 „ 23£ „ 33

IV „ 21 „ 231 I 29 V „ 20 „ 25 33£

VI „ 21 „ 24f „ 291

In III vindt men het grootste, in II het kleinste verschil; in het algemeen komen de verhoudingen het naast bij 4:5 : 6. Bijzonder dient er echter nog de aandacht op gevestigd, dat vol-

Sectie-vergaderingen v.h. Prov. Utr. Gen.,Sectie voor Letterk. 1898, 21; dez. in Taal en Lett X 1900 74; H. Zwaardemaker Cz. in Onderzoekingen gedaan 1. n. Pnysiol. Lab a ^. Hoogesch. 5* R. I, 1899, 59; dez. ald. 5, II, 1901, 226; 5, XIV, 1914, 201; dez. en C. Reuter, ald. 5, XVI, 1915, 94; en nogmaals Gallée, ald. 5, II, 1901, 258.

') De Pauze in III en IV is hierbij verwaarloosd.

Sluiten