Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

168

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

strekt niet steeds dezelfde lettergreep de kortste of langste is; in het eerste woord maten b.v. vindt men de beide lettergrepen eens gelijk, meestal de eerste iets langer, tweemaal echter ook de tweede aanmerkelijk langer; evenzoo bestaat tusschen de woorden met twee eens gelijkheid, meestal een gering, eenmaal echter ook een groot verschil van bijna $, waarbij beurtelings het eerste of het tweede woord de grootste lengte heeft.

Het gekozen voorbeeld „zij maten met twee maten" heeft voor ons doel nog een bijzonderheid, die tot nadere beschouwing uitnoodigt. Zijn rythme is in een vers bruikbaar en het zou, zoo al geen fraaie, dan toch een naar het schema deugdehjke tweede alexandrijnhelft kunnen vormen.

Bij voordracht als vers kan men de alternatie, die in het voorbeeld te hooren valt, naar believen meer of minder doen uitkomen; dit zou op de duur-verhoudingen vermoedelijk ook eenigen invloed hebben. De cijfers der proeven geven de uitspraak in den gewonen spreektoon, dus zonder, althans zonder bewust markeeren van eenig rythme. De eenige gevolgtrekking die wij hieruit dus mogen maken is, dat de lengte-verhoudingen tusschen een aantal lettergrepen die in dezelfde volgorde als vers zouden kunnen voorkomen, bij gewone uitspraak niet de minste regelmatigheid vertoonden, noch de verhoudingen der verschillende „voeten" van een en dezelfde proef, noch die van denzelfden „voet" in de 6 verschillende proeven. Het bhjkt dus gevaarlijk de geschiktheid van eenige lettergreep voor een bepaalde plaats in het vers af te willen leiden van haar natuurlijke lengte, d.w.z. van den tijd dien zij zou behoeven om te worden uitgesproken.

Thans dienen wij nog even terug te keeren tot de slot-syllabe -ten, die om haar bovenmatige en schijnbaar door eenige bijzondere oorzaak bepaalde lengte tot nog toe buiten beschouwing werd gelaten. Het lijdt geen twijfel, dat hier een rekking boven den voor de uitspraak noodzakelijken duur plaats had. Deze treedt niet toevallig één keer op maar in alle zes proeven: zij werd dus door een bepaalde onbewuste behoefte van den spreker telkens gelijkelijk veroorzaakt. Het is m.i. niet mogelijk hier een andere drijfkracht te herkennen, dan een bij den spreker onbewust werkend gevoel voor het alterneerend rythme van dezen gesproken •

Sluiten