Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PROEFONDERVINDELIJKE RESULTATEN.

169

zin1). In muziekschrift uitgedrukt doet zich dit rythme aldus

Dus */4 maat met een opmaat; de eerste rythmische maat is vol na met; de tweede, beginnend met de eenigszins verheven lettergreep twee als opmaat, houdt na het slotwoord één tel over. Vandaar dat er ruimte en behoefte bestond de laatste lettergreep een weinig te rekken om de daarop voor het gevoel nog volgende pauze, zoo al niet geheel te vullen, dan toch nog door een aangehouden geluid te doen meetellen. Hier zien wij dus grooter lengte door het rythme bepaald, buiten noodzaak van het klankgehalte en zonder medewerking van den klemtoon. En wij vestigen er nogmaals de aandacht op, dat deze sterke rythmische rekking het eenige constante is in de duur-verhoudingen die de zes proeven opleveren.

Omtrent de proeven, door Dr. J. D. Boeke indertijd met Nederlandsche voorbeelden genomen volgens de methode van het microscopisch phonogram-onderzoek, valt hier helaas niets te vermelden dat voor ons onderwerp van onmiddellijk nut kan zijn. Zijn mededeelingen bepalen zich in hoofdzaak tot het toongehalte van afzonderlijke spraakklanken2). Ook de nauwkeurige metingen der „quantiteit" van verschillende klinkers, door A. Verschuur in zijn Klankleer van het Noord-Bevelandsch (Proefschrift Amsterd. 1902 blz. 106 vlgg.) meegedeeld, en volgens Boeke's methode gevonden, zijn voor ons doel niet bruikbaar, daar de woorden los gesproken werden en dus niet. in het lytlirnisch zinsverband beschouwd kunnen worden. Echter is ook hier vooral leerzaam de groote ongelijkheid van duur, waargenomen tusschen klanken, die men op het gehoor voor gelijk zou houden. Natuurlijk kan men steeds van de reeks gevonden cijfers een gemiddelde be-

*) De t.a.p. gegeven cijfers van eenige andere zinnen vertoonen geen neiging om de laatste lettergreep te rekken.

2) Vgl. Boeke's opstellen in Pfliigers Arch. f. d. ges. PhysioL 50 (1891) 297 en 76 (1899) 497, in De Natuur 1890, '91 en '95, in Aanteekeningen enz. v. h. Prov. Utr. Gen. 1898en 1901, enz.; een uitvoerige opgave zijner geschriften is te vinden achter zijn levensbericht door J. F. v. Bemmelen in Tijdschr. voor toegep. scheik. en hyg. VI (1902 - 3) 289.

Sluiten