Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

rekenen, maar men mag nooit uit het oog verhezen dat daardoor op zich zelf niets zekers wordt bepaald, waarop Verschuur ook terecht nadrukkelijk wijst (vgl. zijn tabellen t.a.p. blz. 107—109 en blz. 111).

Intusschen is het te betreuren dat wij niet reeds thans over de verhoudingen van op deze wijze gevonden lettergreepsmetra van geheele zinnen of perioden beschikken. Zeker is van het phonogram-onderzoek in dit opzicht zeer veel, zoo niet alles te verwachtenx).

Behalve aangaande den duur der lettergrepen zou men van de physiologie antwoord wenschen op de vraag, hoe het in wérkelijkheid gesteld is met het onderscheid tusschen beklemd en onbeklemd. Ook in dit opzicht zal men zich niet mogen vleien een afdoende onderrichting gereed te vinden, hoewel wij wederom overtuigd zijn dat door meer bijzonder voor ons doel gekozen proeven wel iets van beteekenis bereikt zou kunnen worden.

Het algemeene begrip accent, waarmee de versleeraars plegen te werken, is eigenlijk slechts een ongedefinieerde aanduiding van zeker voor het gehoor of gevoel waarneembaar overwicht. Den term ontleende men weer aan de klassieke grammatici; de quantiteit of prosodische tijdsduur was een helder begrip; men voelde echter dat er nog met iets anders rekening viel te houden; dat andere meende men met dit woord te kunnen aanduiden. Dat met den term echter het begrip nog niet gegeven was, .blijkt al dadehjk uit de verschillende wijzen waarop men hetzelfde met een Nederlandsch woord trachtte aan te duiden. Wanneer de purist Hooft „accent" vervangt door „bij-clanck" geeft hij slechts een woordelijke vertaling daarvan volgens de overgeleverde etymologie, gelijk het Latijnsche ad-cantus dit op zijn beurt was van het Grieksche irpov-yhix. Een omhjnd begrip lijkt hieraan niet te verbinden. Misschien stelde Hooft het zich voor als een meerdere volheid van toon of luidheid die er „bij" hoorbaar zou zijn, evenals men zal moeten aannemen bij de door Vondel en Moonen gebruikte uitdrukkingen: lettergreep die den klank heeft of daar de

») Ik kan niet nalaten hier terloops te wijzen op het bestaan van phonogram-archieven o.a. te Weenen en Berlijn (Vgl. G.G. Kloeke in Neophilologus IV, 23 vlg.). Moge ook Nederland spoedig een phonographische inrichting rijk zijn, die onschatbare diensten zal kunnen bewijzen aan den physioloog, den taalkundige, den ethnoloog en den muziekhistoricus.

Sluiten