Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

grootheid is, dat 2° het accent uit een complex van ieder op zich zelf eveneens meetbare, doch in hun optreden en verbinding zeer vrije elementen bestaat, die zelfs indien zij latent zijn, gevoeld worden en den indruk van accent veroorzaken. Wat de quantiteit betreft kan men trachten den normalen „voor de uitspraak noodzakelijken" duur van afzonderlijke klanken bij duidelijke articulatie te bepalen, en men heeft dit gedaan. Men berekent dan dus bij benadering den tijd, dien een rustig uitvoeren der verschillende tot voortbrenging van den klank noodige spierbewegingen in beslag neemt. Meerdere klanken eischen dan vanzelfsprekend meerderen tijd en men zou op deze wijze, evenals Hesselink en Kinker meenden te mogen doen, een scala van aangroeiende quantiteit kunnen becijferen in reeksen als b.v. be, bes, best, beest of be, bet, beet, beest. Dat een bepaalde letterklank een gehjkbhjvenden bepaalden duur zou hebben is echter in de werkelijke gesproken taal onwaar. Ten eerste kan men in een willekeurig tempo spreken en over verscheiden spierbewegingen naar believen langer of korter doen. Ten tweede is ook bij „beschaafde" uitspraak een volstrekt volledige articulatie van eiken klank afzonderlijk geenszins vereischt. Een steeds volkomen gelijke voortbrenging van denzelfden klank is zelfs niet gewenscht; immers de overgang van eiken medeklinker of klinker naar een volgenden heeft zijn eigen beloop en brengt zijn eigen spierbewegingen mee. In het levend gebeuren der spraak moet elke klank telkens naar gelegenheid gevormd worden, hij moet worden bereikt vanuit den voorgaanden en worden verlaten in de richting van den volgenden. Zoo heeft iedere combinatie haar eigen bestaan, en het zijn slechts zekere gelijke hoofdkenmerken, waardoor elke afzonderlijke klank wordt gearticuleerd. Het is bekend hoe slap of „slordig" in menig geval de articulatie kan zijn, zonder dat dit nog als slecht of onduidelijk spreken gevoeld wordt.

Het spreek-tempo is binnen zekere uiterste grenzen aan de willekeur van den spreker overgelaten en staat ter beschikking van diens gemoedsbeweging of stemming. De keuze daarvan heeft steeds ook invloed op de articulatie; het tempo toch bepaalt den tijd, die voor elke afzonderlijke klank beschikbaar is, en doet het spraakwerktuig de eene maal een bepaalden stand slechts vluchtig voorbijgaan, waarin het dit een andermaal rustig laat vertoeven. Zoo is het geen vereischte, dat een grooter

Sluiten