Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

180

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

proeven gestaafd, dat de ademhaling en zelfs de pols zich bij een sprekend waargenomen rythme aanpassen. Gegeven nu de mogelijkheid of noodzakelijkheid van den voortgang der beweging, inzonderheid der laatstgenoemde organische functies, zoo is het ontstaan van indrukken als opwekkendheid, gemak en vermoeienis, dus van behagen en onbehagen een onmiddellijk gevolg. Met deze indrukken is de grondslag der waardeering gegeven, en daarmee de maatstaf van het als rythrnisch gevoel aangeduide onderscheidingsvermogen, zelfs al zou dit geen bijzondere zintuigehjke functie, doch niet anders dan juist deze tot behagen of onbehagen stemmende wisselwerking zijnl).

WERKING VAN HET RYTHMISCH GEVOEL.

Het rythrnisch gevoel komt, zooals wij zeiden, automatisch in werking bij iedere reeks waamerningsfeiten. De mensen is in het algemeen in staat zulk een reeks na de waarneming te herhalen met dezelfde onderlinge tijdverhoudingen. Ongetwijfeld bestaat daarbij verschil in nauwkeurigheid tusschen hen, wier rythrnisch gevoel meer en minder fijn is aangelegd of ontwikkeld. Ook zij echter, bij wie dit zwak is, zoodat zij zich hun aandoeningen moeilijk bewust kunnen maken (waaraan zij zich dan ook onder verwijzing naar hun „onmuzikahteit" plegen te onttrekken), ook deze zijn wel degelijk in staat iemand anders na te bauwen, een versje of aftelrijmpje op te zeggen, minstens rythrnisch tot drie te tellen of in de maat te dansen, loopen, roeien enz.

Ieder waameroingsfeit, elke slag, hetzij gehoord, gezien, gevoeld of te weeg gebracht, spant het rythrnisch gevoel tot verwachting van den weerslag; elke slag opent de waarneming van een tijdruimte die wacht dat zij gesloten wordt. De waardeering en onderscheiding van slagen en weerslagen in de waamerningsfeiten is de eerste en voornaamste werking van ons rythrnisch vermogen. In iedere reeks slagen zoekt het rythrnisch gevoel automatisch de punten, die elkaar beantwoorden en geschikt zijn, om

') Vgl. over deze invloeden van het rythme b.v. Eug.v. Oye, De Grieksche metriek in de Nederl. dichtkunst (Bijblad van „Biekorf", Brugge 1911, blz. V vlg.), en vooral Ernst Jentsch, Musik und Nerven II, Das musikalische Gefühl (Grenzfragen des Nerven- und Seelenlebens LXXVIII, Wiesbaden 1911, bl. 24 vlg.).

Sluiten