Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WERKING VAN HET RYTHMISCH GEVOEL.

183

ademing; een geheele phrase van twee of drie dergelijke perioden zou dan weer bij voorkeur den duur van een geheele in- en uitademing niet moeten overschrijden. Een gewone inademing had hierbij den duur van twee polsslagen of iets meer, een uitademing van twee of iets minder; een in- en uitademing duurde zoodoende 4 polsslagen of iets meer, tot 5 toe. Mijn pols was 78, het klokje tikte 248, het horloge 312 maal per minuut; dit slechts ter vergelijking voor mogelijk later of door anderen te nemen fijnere proeven.

De beteekenis van dit alles is voorshands alleen dit: het rythrnisch gevoel van een bepaalden persoon heeft een zekere „marge" voor maat-grootheden, die het bij opeenvolging als een rustigen voortgang waardeert. Bij het in volkomen rust en onbevooroordeeld waarnemen van een doorgaande reeks mechanische en geheel gelijke tikken, heeft ons gevoel de vrijheid zijn voorkeur ten opzichte van de groepeering der gegeven tijddeeltjes in de rythmische opvatting der reeks kenbaar te maken. De limieten van deze voorkeur-marge ten opzichte van pols en adem, die ik voor mijn persoon meen gevonden te hebben, zeggen ook niet meer, dan dat een maat van minder dan een normale polslengte als lythmische eenheid bij mij den indruk van kortheid en snelheid veroorzaakt, en dat een niet onderbroken phraseering, die een normale ademlengte te boven gaat, het gevoel van langheid of langzaamheid opwekt. Metronoom-opgaven van verscheiden componisten, die ik achteraf met het voor mijn persoon verkregen resultaat vergeleek, bevestigden dit. Trouwens, er moge al eenig individueel verschil in dit opzicht bestaan, de muziekpraktijk leert toch dat aanwijzingen als allegro, andante, adagio, in het algemeen op nagenoeg gelijke wijze worden opgevat.

Het rythrnisch gevoel van iederen persoon zal een binnen zekere limieten bepaald voorkeur-tempo hebben, dat als rustig gewaardeerd wordt en dus een maatstaf vormt voor de aandoeningen van snel en langzaam; hiermee bezit het een subjectieven reëelen grondslag.

Bij de genoemde proeven kon het rythrnisch gevoel onbelemmerd werken in twee opzichten, waarin het in de meeste andere gevallen niet onbeïnvloed zal zijn; nml. 1 de door geen ander rythme bevooroordeelde rust van den waarnemer en 2 de door

Sluiten