Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194 NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

rythrnisch geregeld woordbeloop gekleed, naar mate zijn rythrnisch gevoel in het algemeen gezag over hem heeft, of hij op het gegeven oogenblik gedisponeerd was zich aan zulk een gezag te onderwerpen. Tusschen proza en vers bestaat dus in dit opzicht slechts een gradueel verschil.

Het is noodig vooraf nogmaals op te merken, dat de geheele volgende beschouwing in het bijzonder uitgaat van en ziet op het Nederlandsch. In hoeverre andere talen een afwijkend uitgangspunt zouden kunnen eischen, moge hier ter zijde worden gelaten.

Terwijl het muzikale verschijnsel nog een eenigszins ruimere begrenzing eischt, kan men zich voor de spraak geheel beperken tot de bepaling: een menschelijke uiting, het voortbrengsel der spraakwerktuigen. Immers als werkelijke muziek waardeeren wij niet alleen hetgeen wij zelf zingen, fluiten, neuriën of met hulp van de vingers aan eenig instrument ontlokken — waarbij het menschehjk rythrnisch gevoel toch altijd nog als regulans optreedt — maar ook het door een al of niet automatisch in beweging gebrachte rol of plaat, in elk geval mechanisch veroorzaakte geluid van een speeldoos, draaiorgel of uurwerk-carillon, op welke rol of plaat de afstanden bij het vervaardigen niet rythrnisch werden gevoeld, maar met den duimstok konden worden uitgemeten % Ook het'geluid van sommige vogels en insecten kan onder omstandigheden als werkelijke muziek aandoen. Het spreken daarentegen van papegaaien en andere op dit punt gewillige vogels of van poppen met uurwerken, wordt niet als werkehjk spreken opgevat, maar slechts als een nabootsing daarvan. Een verruiming waarmee aan den anderen kant echter weer rekening gehouden moet worden, is de mogelijkheid om den indruk van spreken en hooren zonder geluid op te wekken door schrijven en lezen, een vervanging die bij de muziek praktisch verwaarloosd mag worden.

De rythmische waardeering van een gesproken zin behoeft niet bij den spreker juist dezelfde te zijn als bij den hoorder; zij hoeft ook niet dezelfde te zijn bij één spreker indien deze denzelfden zm nogmaals zou uitspreken. Immers de hoorder kan geheel anders gedisponeerd zijn dan de spreker en de wijze van spreken laat tallooze verschillende schakeeringen toe. In het algemeen zal men

>) Hiertoe zijn niet te rekenen grammofoon- en vele pianola-rollen, daar deze het inderdaad menschelijk geuite zelf eerst hebben opgenomen.

Sluiten