Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RYTHME IN MUZIEK EN SPRAAK.

197

is voorbij; de stam-lettergreep, het „zakelijke deel", van ik begrijp verliest zijn klem in den vraagzin: Begrijp jij daar iets van? of Begrijp jij dat nóu? In het laatste geval zal zelfs een zwakke neiging kunnen bestaan tot een zeer klein accentje op Be-! De lettergreep kan op zich zelf zekere vatbaarheid of gevoeligheid bezitten, welke vooral bepaald wordt door haar plaats in de samenstelling van het woord, of door de voeging der bestanddeelen van een afgeleiden of verbogen vorm. De zin brengt in zijn logisch beloop zekere plaatsen als cardinaal naar voren. Vatbare lettergrepen zullen bij voorkeur de scharnieren van den syntaktischen bouw willen zijn en het rythme tot zich trekken. Zij kunnen dit echter niet dwingen en het rythrnisch gevoel van den spreker zal een compromis tusschen hen tot stand moeten brengen. Omgekeerd echter zal men de lettergrepen, die in een zin als rythrnisch keerpunt blijken te kunnen dienen, in het algemeen als vatbaar voor alle intensiteitsschakeeringen moeten beschouwen.

Zoo kan men onder „accent" dus ten slotte verstaan de gevoeligheid, die de syllabe geschikt maakt om tot steunpunt bij de maatverdeeling te dienen. Doordat zij vatbaar is voor bijzondere differentiatie zoowel van duur (rekking), van hoogte (verwijdering van den normalen toon naar boven of beneden1), of van kracht (ademsterkte, articulatie', luidheid) heeft ons rythrnisch gevoel inderdaad steun aan een dergehjke lettergreep; zij kan door haar aanpassingsvermogen aan allerlei mogelijke wenschen van het rythme tegemoetkomen.

Deze opvatting laat natuurlijk niet toe dat men den geheelen woordvoorraad eener taal volgens een bepaalden maatstaf in twee groepen verdeelt: gevoelige en ongevoelige lettergrepen. Een dergehjke maatstaf zou wederom uiterlijk moeten zijn, evenals alle voor dezen beproefde. Op zijn best zou men van sommige groepen lettergrepen, b.v. lidwoorden, buigingsuitgangen en dergehjke, kunnen zeggen dat zij in het algemeen niet licht op een gevoelige plaats gesteld zullen worden; slechts een bijzondere wending in den zin kan hun het daartoe noodige gewicht geven. Lettergrepen

') De toepassing van verhooging en verlaging van toon is subjectief; Ed. Sievers tracht in zijn rede Ueber Sprachmelodiscb.es in der deutschen Dichtung (Leipzig 1901) typen van hoog- en laag-accentueerende personen te onderscheiden; in elk geval moet men daarbij echter in het oog houden, dat ook eenzelfde persoon naar behoefte en stemming nu eens omhoog, een andermaal omlaag zijn versterking zal kunnen zoeken.

Sluiten