Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200

NEDERLANDSCHE VERSRYTHME.

ook hier heeft het rythrnisch gevoel te volgen, maar het zal bij tijden ondervinden, dat de opbouw van de geheele phrase of ook de wending van haren afloop bijzonder tegemoetkomend is. De verwachtingen, die het rythniisch gevoel in gebonden rede op grond van de eerste bevredigende eenheid koestert, kunnen zeer tot in bijzonderheden bepaald of eenigszins algemeener zijn; d. w. z. het rythme kan stap voor stap vastgelegd zijn of slechts in een groote maatverdeeling over enkele vaste punten heenloopen. Deze onderscheiding geeft voor het Nederlandsch aanlddmg tot twee afzonderlijk te beschouwen verschijniagsvormen van versrythme.

Isometrie.

Het optreden van een rythme, dat in het vers een groote maatverdeeling aangeeft die over bepaalde vaste punten heenloopt, is door v(^hillende geleerden reeds onder het oog gezien. Deze kwamen, door vergelijking met den rythmischen ontwil&elingstoestand der nieuw-europeesche muziek, tot de vondst, dat ook ons vers bestaat uit maten van gelijken duur, loopende van thesis tot '•thesis (deze term gebruikt in den zin van sterke plaats der maat, Hebung). Bij J. H. Voss ziet men dit inzicht opkomen (Zeitmessung, vooral het hoofdst. Vom Verse); bij Kinker vindt men het reeds toegepast (Prosodie, blz. 250,262 en Over de hoorbare voordracht enz.). Ernst Brücke brengt het tot volledige duidelijkheid (Die physiologischen Grondlagen der neuhochdeutschen Verskunst, Wien 1871) in zijn theorie van de „Congruenz der Dauer", gemeten van den eenen „Arsengipfel" (zooals hij zich uitdrukt) tot den anderen. In de Duitsche vakkteratuur had het sindsdien een vaste plaats*). Saran en zijn leerlingen bouwden er op voort; Heusler's opgangmakend boek Deutscher and antiker Vers (1917) berust er op. Van uit dit standpunt bezag E. van Oye de Grieksche metriek in de Nederlandsche dichtkunst (1911). In 1912, acht jaar na Saran's misschien al te veel omvattend boek Der Rhythmus des iranzösischen Verses, verscheen Paul Verrier's heldere en korte uiteenzetting L'isochronisme dans le vers francais (Univ. de Paris, Bibl. de la fac. d. lettres XXX), waarin de eenvoudige maatgelijkheid tot grondslag wordt genomen. Naar dit voorbeeld voerde J. v. d. Eist het „isochronisme" ook in als maatstaf voor Nederlandsche versbeschouwing (L'alternance binaire etc. Thèse

») Vgl. in het algemeen H. Paul, Deutsche Metrik in den Grundriss, II, 2.

Sluiten