Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RYTHME IN VERZEN.

203

De term isometrie is m.i. voor het thans beschouwde verschijnsel de meest gepaste, omdat hij aanduidt de gelijkheid van metra. De term fth-pev = maat beduidt reeds in de Grieksche theorie een groepeering van eenheden die als maatstaf dienst kan doen; dus zoowel, bij wijze van spreken, het „kleinste gemeene veelvoud" van het vers, als ook grootere groepeeringen, die door hun herhaald optreden tot maatstaf worden. Zoo zullen b.v. bij een dichtstuk in Heinsiaansche alexandrijnen zoowel alle „voeten", als de vershelften, als ook de geheele verzen en eventueele strophen isómetrisch aan elkaar beantwoorden, altoos onder voorbehoud van hun individueele wijze van niet-exact te zijn. Immers overal waar uit een oogpunt van isometrie. over gelijkheid van tijd gesproken wordt, heeft men hieronder (evenals in de muziek) slechts te verstaan een zekere evenredigheid, die door het ïythmisch gevoel als bevredigende beantwoording van maatduur wordt gewaardeerd. Wij onthouden ons van het zoeken naar termen voor kleinere, grootere en zeer groote vers-deelen en vers-complexen, daar iedere hoegrootheid als pérpov kan worden opgevat. Evenmin behoeven wij een „elementair" van een „hoger rythme" te onderscheiden, zooals Van der Eist deed (N. Taalg. IX, 126); dit hooger blijft steeds betrekkelijk en men kan bij menige versstructuur verscheidene hoogere en nog hoogere isometrische betrekkingen boven elkaar waarnemen. Deze onderschdduig bezigde Van der Eist ook in hoofdzaak voor een bijzondere analyse van een grammofoonplaat, dus van een bepaalden tekst door een bepaalden persoon op een bepaalde wijze gesproken; daarvoor kon zij voldoen.

Isochronie.

De rythmische behoefte waarin door isometrie wordt voorzien, is niet de eenige bepaler van onze verswaardeering. Zij alleen zou, bij voordracht in gewoon spreektempo, geen aanleiding hoeven te geven tot vaststelling van het aantal lettergrepen, of tot regeling van het aandeel, dat elke syllabe afzonderlijk in den tijdsduur van het isometron (de eenheidsmaat) hebben mag. In de dichtkunst van sommige volken heeft deze nadere bepaling ook niet plaats gevonden, in die van vele andere wel. In het kort kunnen wij zeggen, dat die tweede neiging niet spreekt tot ons rythrnisch gevoel door de opeenvolging van als gelijk te waardeeren meerledige

Sluiten