Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

210

NEDERLANDSCH VERSRYTHME.

De voornaamste accenten liggen op he-, -recht, lang- en lest-, dus de 2e, 6e, 10e en 12e lettergreep. Van een zoo aanmerkelijk sneller en langzamer wordende uitspraak, dat hierdoor een verdeeling als

kan geen sprake zrjn. In plaats van net te verduidenjken, zou dit haasten en rekken het rythme vermoorden. De harmonie van Vondel's vers eischt rustige kracht, elke lettergreep staat daarin voor zichzelf. Het uitgangspunt bij de rythmische opvatting moet dan ook zijn gelijkheid van duur tusschen de lettergrepen, althans geen opzettelijk of dwingend verschil; daarin komt zijn vers met het Fransche overeen. Een verdeeling in maten van telkens twee lettergrepen, volgens de strikte voeten-theorie, geeft ook weinig licht; immers -sche en zich missen alle overwicht. Indien men in die voeten een verschil tusschen lange en korte wil doen hooren, zal dit bezwaar slechts des te sterker opvallen. Men moet tevreden zijn met de gehjkmatigheid van twee groepen van 6 of 7 lettergrepen, in welke steeds de 6e een rustpunt biedt, gescheiden door een pauze van passende lengte. Wil men een melodie van dergehjke maat muzikaal neerschrijven, dan zal men die zonder twijfel ver-

bert's Xe klavier-sonate). De muziek immers geeft zoo de gelijkheid van tijdduur aan, maar eischt niet volstrekt een dynamisch accent op eiken eersten tel. In de derde maat kan daarvoor zonder bezwaar een melodisch of dynamisch overwicht van den derden tel in de plaats komen; het accent op lange in het aangehaalde vers en op benauwde in het eropvolgende zou daarmee te vergelijken'zijn. Op deze wijze komt de alexandrijn toch wederom in een met het muzikale overeenkomend isometrisch maatverband. Dit is echter reeds een hooger rythme; in eersten aanleg geldt voor de verhouding der lettergrepen onderling de isochronie, d. w. z. de gehjkwaardigheid van de syllaben op zich zelf.

De behandeling van het laatste voorbeeld doet zien, dat de paarsgewijze opvatting der lettergrepen in „iambische" maten geens-

Sluiten