Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOEPASSING EN BESLUIT.

Als besluit van dit onderzoek moge hier een korte samenvatting en een toetsing der gevonden normen aan enkele voorbeelden uit de Nederlandsche letterkunde volgen.

Het versrythme bestaat in een zekere als regelmatig gewaardeerde opeenvolging van tijdeenheden. Met het ontbreken van een merkbare overeenkomst in dit opzicht, vervalt de waardeering ahfrvers. Om een dergehjke tijdmdeeling weer te geven bezit de muziek een algemeen bekende en voldoende schrijfwijze. Ongetwijfeld moet deze schrijfwijze vaak eenigszins normaliseerend worden. Ook in de muziek trouwens weet de praktijk, dat de onderstelde gelijkheid van den duur der maten niet al te volstrekt genomen moet worden. Een smaakvolle voordracht zal den metronoom zelden tel voor tel kunnen volgen; toch geven de maatstrepen ook bij sterk rubato de rythmische bedoeling duidehjk weer. De maatverdeeling doet het schema zien, dat is de volstrekte tijdverdeeling, waarnaar de gang van het rythme gewaardeerd moet worden. Bij de notatie van een versregel mag men steeds een sempre rubato schrijven.

Dat een werkehjk verschil in duur tusschen verschillende lettergrepen de rythmische tijdverdeeling bepaalt, is alleen dan waar, als men de uitspraak der lettergrepen opzettelijk tot een bepaalden duur dwingt. Uit zich zelf staat de duur der uitspraak van een lettergreep niet vast. Evenmin kan men door het aanwijzen van beklemde en onbeklemde lettergrepen een bevredigend beeld van een versschema ontwerpen. Immers dan zullen öf telkens uit zich zelf onbeklemde lettergrepen op de plaats eener beklemde bhjken te staan en omgekeerd, öf de regelmatigheid van het schema in opeenvolgende verzen zal niet meer zichtbaar zijn. Het eerste bezwaar vindt men in de meest gebruikelijke wijze van voorstelling, het tweede in de gevolgtrekkingen van Prof. De Vooys, die slechts werkehjk beklemde lettergrepen als zoodanig aanmerkt. In beide

Sluiten